Login

FAQ
Doe de risicoprofieltest!

Wat kost uw polis?tip een kennis over dit artikel print dit artikel

Wat kost uw polis?


FiscAlert januari 2007 | jrg 13 nr 1 | p.19-22

verzekeren

Wat kost úw polis?

Wij roepen al jaren dat de kosten van beleggingsverzekeringen vaak te hoog zijn. Nu de publieke opinie daar ook achter is, schreeuwt men moord en brand. Hoe zit het eigenlijk met die kosten? En valt er nog iets aan te doen?

Tekst: Frank van de Venne

Er is de laatste tijd veel ophef over de kosten van beleggingsverzekeringen. Dat is best begrijpelijk. Kosten gaan namelijk altijd ten koste van het rendement, en als je zo’n polis hebt afgesloten om je huis na dertig jaar mee af te lossen, is het tamelijk zuur als je uiteindelijk moet bijlappen omdat de kosten toch een beetje tegenvielen. Maar of het zin heeft om je te vervoegen bij een advocaat om de geleden schade te verhalen — zoals tienduizenden ‘gedupeerden’ inmiddels hebben gedaan —, dat is even de vraag.

De beleggingsverzekering
In de vele artikelen die de afgelopen maanden in de pers verschenen ligt de nadruk telkens op beleggingshypotheken. In feite gaat het om beleggingsverzekeringen in allerlei gedaantes, of het nu gaat om lijfrentepolissen tegen een jaarlijkse premie of tegen een éénmalige koopsom, om pensioenverzekeringen, om levensloopverzekeringen of om kapitaalverzekeringen. Elk van deze polissen kent weliswaar eigen fiscale spelregels, maar deelt een aantal belangrijke kenmerken: met uw inleg wordt belegd en om het beleggingsfonds, de tussenpersoon, de bank en de premie voor de overlijdensrisicoverzekering te kunnen betalen worden bepaalde kosten ingehouden.
Nu hangt de eindopbrengst van beleggingsverzekeringen primair af van het rendement van de aangekochte beleggingen. Bij hoge kosten zal de uiteindelijke opbrengst tegenvallen. Met name aan het begin van de looptijd gaat vaak een groot deel van de inleg op aan kosten. Als de beleggingsresultaten dan ook nog eens achterblijven bij de prognose, is de opgebouwde waarde van uw polis een stuk lager dan het totaal van de door u betaalde premies — en soms zelfs negatief.
Veel polishouders zijn niet alleen boos vanwege de omvang van de kosten, maar ook omdat ze zeggen niet op de hoogte te zijn gesteld van alle kosten die in rekening zouden worden gebracht op het moment dat ze de polis afsloten. Dat is een serieuze zaak. Daarom beginnen we bij de door de verzekeraar verstrekte offerte.

De offerte
Vroeger werd het onderscheid tussen bruto-rendement (vóór kosten) en netto-rendement (na kosten) bewust niet gemaakt. Tegenwoordig houden offertes en financiële bijsluiters rekening met de kosten voor de berekening van het eindkapitaal. Helaas is daarmee het verschil tussen beleggingsrendement (bruto) en productrendement (netto) nog steeds niet kleiner geworden, zoals uit het volgende praktijkvoorbeeld moge blijken. Want bij een ingangsdatum van 1 januari 2007 en een looptijd van twintig jaar en een jaarlijkse premie van 5.000 euro zou een aanbieder de volgende gegevens kunnen laten zien:

beleggings-rendement

eindkapitaal

product-rendement

vergelijkingsrendement

4%

112.396

1,1%

voorbeeldrendement

8%

183.930

5,2%

Als een beleggingsrendement van 8 procent resulteert in een productrendement van 5,2 procent, dan weet u wel hoe zwaar de kosten van het product drukken op het rendement! Maar oudere polissen vermeldden het productrendement vaak niet. Door de jaarpremie plus het samengesteld rendement over de gehele looptijd te vergelijken met het gepresenteerde eindkapitaal, had u zelf kunnen zien wat er aan de strijkstok bleef hangen. Helaas hebben slechts weinigen de rekenmachine ter hand genomen. Onervarenheid, een blind vertrouwen in verzekeraars en tussenpersonen, plus het hoe dan ook grote bedrag op einddatum, maakte dat men vaak vergat om de juiste vragen te stellen.

De kosten
Hoe dat verschil ontstaat tussen het fondsrendement en het productrendement kunt u zien als u het volgende kostenoverzicht ziet, waarin de meeste kosten van beleggingspolissen zijn opgenomen.

  • opmaakkosten
    De éénmalige kosten voor het opmaken van een polis noemen we de opmaakkosten. Meestal is dat een klein en vrijwel te verwaarlozen bedrag.
  • de ‘eerste kosten’
    U moet er niet raar van opkijken als er in de eerste vijf tot tien jaar zo’n beetje de helft op uw premie wordt ingehouden. Dat zijn de ‘eerste kosten’, die de verzekeraar in het eerste deel van de looptijd in rekening brengt en waarvan onder meer de provisie voor de tussenpersoon wordt betaald. Dit is de belangrijkste kostenpost. Hierna gaan we nog uitgebreider op de provisie in.
  • de doorlopende kosten
    Helaas zijn we er nog niet met de inhouding op uw premie. Jaarlijks worden er nog kosten voor administratie, beheer en incasso berekend over de waarde van uw polis. Beheerkosten bedragen doorgaans een percentage van de opgebouwde waarde. Administratiekosten zijn vaak een vast bedrag per maand. Is uw (maandelijkse) inleg klein, dan kunnen deze kosten zwaar wegen. Bij een maandelijkse inleg van 50 euro vormt 5 euro per maand aan doorlopende kosten een kostenpost van 10 procent.
  • aan- en verkoopkosten
    Voor de aan- en verkoop van de beleggingsfondsen binnen uw polis worden kosten berekend. Deze kunnen per verzekeraar sterk variëren. Aan- en verkoopkosten van 0,5 procent komen voor, maar ook 3 procent of meer is geen uitzondering. Bovendien krijgt u vaak nog te maken met een ‘spread’, een verschil tussen de aankoopkoers van een participatie in het beleggingsfonds en de verkoopkoers van soms enkele procenten. Met aan- en verkoopkosten en een spread krijgt u overigens ook te maken als u buiten een beleggingsverzekering om participaties in een beleggingsfonds koopt.
  • fondskosten
    De beheerder van het fonds waarin u belegt doet zijn werk niet voor niets. De fondsbeheerder berekent de kosten die het fonds maakt als een percentage van de fondswaarde. Dit percentage wordt de Total Expense Ratio genoemd. Tegenwoordig wordt dit percentage bij beleggingsfondsen netjes vermeld. De fondskosten betaalt u niet zichtbaar maar worden verwerkt in de koers van het fonds. Lange tijd waren de kosten van beleggingsfondsen erg ondoorzichtig. Verzekeraars die binnen hun beleggingsverzekeringen met eigen fondsen werken, konden gemakkelijk kosten overhevelen van de polis naar het beleggingsfonds. De polis leek zo in vergelijking met concurrenten goedkoper, terwijl de fondskosten hoger waren.
  • de overlijdensrisicopremie
    Een aanzienlijk deel van de inleg (gemiddeld zo’n 20 procent) gaat op aan de soms erg hoge overlijdensrisicopremie. Je krijgt er wel een verzekering voor terug die de financiële gevolgen van het overlijden (gedeeltelijk) dekt. Afhankelijk van de uitkering bij overlijden en de leeftijd en geslacht van de verzekerde wordt er een premie in rekening gebracht. Meestal wordt deze premie maandelijks onttrokken uit de opgebouwde waarde van uw polis. Veel beleggingspolissen zijn onderdeel van een beleggingshypotheek en kennen een relatief hoge uitkering bij overlijden. Hierdoor kan de overlijdensrisicopremie een grote hap uit uw periodieke inleg nemen. Overigens was voor veel polishouders absoluut niet duidelijk hoe hoog deze premie was, en dat is de verzekeraars natuurlijk wel aan te rekenen.


De provisie
Eén van de grootste kostenposten betreft de provisie voor de bemiddelende tussenpersoon. Zoals u hiervoor hebt kunnen lezen is het zeker niet de enige kostenpost, maar wel een belangrijke. Overigens is het niet per definitie zo dat de zogenoemde ‘direct writers’ (zoals Centraal Beheer, Ohra en FBTO) goedkoper zijn omdat ze zonder tussenpersonen werken. Veel werkzaamheden die een tussenpersoon normaalgesproken voor zijn rekening neemt, moeten nu door de direct writer zelf worden gedaan. Zo zal een direct writer meer adviseurs/verkopers in dienst hebben dan een tussenpersonenmaatschappij en ook meer marketingkosten moeten maken.
De provisie die een tussenpersoon ontvangt, lijkt vaak hoog in verhouding tot de werkzaamheden die hij daarvoor moet verrichten. Bedenk dan wel dat de tussenpersoon zijn werk ook vaak voor niets doet omdat niet elk advies immers tot verkoop van een verzekering of een hypotheek leidt. Dit systeem zorgt er in feite voor dat u bij de aanschaf van een polis of hypotheek ook betaalt voor al die andere consumenten die alleen advies hebben ingewonnen. De kosten zouden aanzienlijk omlaag kunnen als u alleen voor uw eigen advies hoefde te betalen. Maar dit zou dan betekenen dat ook degenen die wel advies inwinnen maar geen polis afsluiten ook moeten gaan betalen. En daar hebben de meeste Nederlanders dan weer moeite mee, zo blijkt. Slechts een minderheid van de bevolking is bereid zijn adviseur op uurtarief te betalen, los van de vraag of hij een polis afsluit.
Er zijn overigens steeds meer tussenpersonen die wel advieskosten in rekening brengen als er geen producten verkocht zijn. Deze manier van handelen is eigenlijk in strijd met het hiervoor besproken provisiesysteem. Je kunt niet de ene klant die een polis afsluit laten betalen voor de mensen die alleen advies inwinnen en vervolgens die mensen ook nog eens laten betalen voor het advies. Het meest zuivere is als iedereen betaalt voor de voor hem verrichte werkzaamheden tegen een acceptabele vergoeding.

Soorten provisie
Tussenpersonen kunnen door de verzekeraar worden beloond op basis van ‘afsluitprovisie’ of op basis van ‘doorlopende provisie’. Ook een combinatie van beide beloningsvormen is mogelijk.
Hoe de provisie wordt betaald, hangt in de eerste plaats af van het soort product (zie het kader ‘Bereken de provisie’). Hypotheken kennen een afsluitprovisie die bestaat uit een percentage over de hoofdsom, terwijl schadeverzekeringen een doorlopende provisie kennen over de premie. Voor kapitaalverzekeringen of lijfrentepolissen waarvoor u jaarlijks premie betaalt, mag de tussenpersoon vaak kiezen hoe hij beloond wil worden. Wil hij zijn verdiensten naar voren halen, dan kiest hij voor de afsluitprovisie. Voor de kostenstructuur van de polis zal dit gevolgen hebben, omdat de verzekeraar ook de kosten voornamelijk aan het begin van de looptijd in rekening zal brengen. Gevolg: het duurt lang voordat u binnen uw polis rendement gaat maken. Als u de polis voortijdig afkoopt, dan is de kans groot dat de afkoopwaarde lager is dan het totaal van de door u betaalde premies.
Hoe de kostenstructuur van een polis er uit ziet, is niet altijd helder. Laat het u daarom goed uitleggen en vraag ook aan uw tussenpersoon op welke wijze hij beloond wordt. Is dit op basis van doorlopende provisie, dan zijn de kosten gelijkmatig over de hele looptijd verspreid. Dit komt de waardeontwikkeling van uw polis — met name aan het begin van de looptijd — ten goede. Het voordeel van doorlopende provisie is bovendien dat de tussenpersoon gedurende de gehele looptijd zijn best zal moeten doen om u als klant te behouden. Ook afsluitprovisie kent een zogenoemde verdientermijn. Als u bijvoorbeeld binnen tien jaar uw polis beëindigt, dan moet de tussenpersoon een deel van de ontvangen provisie aan de verzekeraar terugbetalen. Wat wel vreemd is, is dat u daar vervolgens in de afkoopwaarde van uw polis meestal niets van terugziet.
Vanaf 2007 wordt de verzekeringsbranche verplicht om het systeem van afsluitprovisie gefaseerd om te bouwen naar een systeem waarbij de afsluitprovisie maximaal 50 procent van de totale beloning mag bedragen. Voor minimaal 50 procent moet de provisie doorlopend zijn.

Wat kan er van af?
Provisie wordt door de verzekeraar aan de tussenpersoon betaald, niet door u. Dus waarom zou u zich druk maken over de verdiensten van de tussenpersoon? Welnu, dat is heel simpel. De verzekeraar zal de beloning voor de tussenpersoon op de ene of de andere manier verwerken in de kosten van uw polis of hypotheek. Als u wat van de provisie af kunt krijgen, dan profiteert u daar zelf van. Vóórdat u gaat afdingen op de provisie, is het goed om te beseffen hoeveel werk de tussenpersoon voor zijn beloning moet doen. Naast het advieswerk moet hij ook zorgen dat alle stukken compleet en tijdig naar de bank worden gezonden en er vervolgens op toezien dat de hypotheek tijdig kan passeren.
Zoals u uit het overzicht kunt afleiden (zie het kader ‘Bereken de provisie’), verdient een tussenpersoon op een geheel aflossingsvrije hypotheek vaak slechts 0,5 procent. Een hypotheek van 200.000 euro levert hem dus 1.000 euro op. Hij zal hiervoor bijna net zo veel werk moeten doen als voor een voor hem veel lucratievere beleggings- of spaarhypotheken. De tussenpersoon die de gehele afsluitprovisie van 1 procent weggeeft, verdient nog steeds zo’n 1 tot 1,5 procent!

Wat nu?
Als u vindt dat de kosten van uw polis te hoog zijn of dat u niet goed bent voorgelicht, dan kunt u verschillende stappen ondernemen. Om te beginnen is het raadzaam contact op te nemen met de verzekeraar of uw tussenpersoon. Wellicht kunt u er samen uitkomen. Lukt dat niet, dan kunt u zich aansluiten bij groepen die met behulp van een advocaat een schadeclaim indienen. Uw juridische claim heeft vermoedelijk alleen kans van slagen als er sprake was van misleiding van de kant van de tussenpersoon of de verzekeraar. Het wordt juridisch pas relevant als er (hoge) kosten worden ingehouden die u niet kende of behoorde te kennen. U kunt de polis natuurlijk altijd afkopen of premievrij maken. Laat u zich dan wel eerst goed adviseren over de fiscale — en financiële — gevolgen.

mr F.A.M. van de Venne is senior consultant bij Capital Consult & Coaching, onafhankelijk vermogensplanners te Amsterdam ZO (www.capitalconsult.nl)

 

De Stichting Woekerpolis Claim (WPC) behartigt de belangen van mensen die een beleggingsverzekering hebben afgesloten en heeft besloten in elk geval concrete stappen te ondernemen tegen de aanbieders van de volgende producten: Flexibel Verzekerd Beleggen (Nationale-Nederlanden), Variabel Investerings Plan (Fortis ASR/Amev) en Spaarbeurs van Aegon. Meer informatie op www.woekerpolisclaim.nl

 

 

BEREKEN DE PROVISIE

De tabellen geven een indicatie van de afsluitprovisie op diverse financiële producten. Het zijn indicaties, maar in de praktijk kan de provisie hoger of lager zijn. Ook krijgen tussenpersonen vaak bonussen bij het behalen van bepaalde targets. Dit systeem kan ertoe leiden dat tussenpersonen hun klanten bij een beperkt aantal banken en verzekeraars onderbrengt. Van de ‘onafhankelijkheid’ blijft dan weinig over.

verzekeringen

type

afsluitprovisie

kapitaal- en lijfrenteverzekeringen tegen premie

5% x premie x duur plus 2%

doorlopende provisie koopsompolissen (lijfrente of gouden handdruk)

2-7%

overlijdensrisicoverzekeringen

170% x eerste jaarpremie

arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tegen koopsom (woonlastenbeschermers)

35 tot 40%

hypotheken

type

afsluitprovisie*

aflossingsvrij

0,5 tot 0,75%

spaarhypotheek

2 tot 2,5%

effectenhypotheek

2 tot 2,5%

beleggingshypotheek (met kapitaalverzekering)

0,5 tot 0,75% (plus de provisie voor de kapitaalverzekering)

*over de hoofdsom: bij hypotheken is de afsluitprovisie standaard 1%, maar het bedrag dat tussenpersonen verdienen fluctueert

 

5 TIPS OM DE KOSTEN TE BEPERKEN

TIP 1: onderhandel over de provisie

Als de provisie onredelijk hoog is ten opzichte van de hoeveelheid tijd die aan u is besteed, ontstaat onderhandelingsruimte. Zie het kader ‘Bereken de provisie’ hoe u een schatting kunt maken.

TIP 2: vergelijk aanbieders

Zoals altijd: vraag ten minste drie offertes aan. Zo kunt u zich een beter beeld vormen van de markt.

TIP 3: bezint eer ge begint’

Denk goed na over de productkeuze. Neem bijvoorbeeld de effectenhypotheek uit het kader ‘Bereken de provisie’. U moet voor deze hypotheekvariant 1% provisie betalen, maar betaalt ook provisie aan de bemiddelaar. Aangezien het uit de lengte of uit de breedte moet komen, krijgt u in veel gevallen een renteopslag van al snel 0,2% op deze hypotheekvorm. Het goedkoopst bent u uit door te kiezen voor een maximaal aflossingsvrije hypotheek, zonder poespas. Wilt u toch vermogen opbouwen, dan kunt u dit ook buiten de hypotheekconstructie doen, bijvoorbeeld door op een beleggingsrekening te beleggen (de tussenpersoon verdient dan maar 0,25% van de opgebouwde waarde).

TIP 4: kies voor een korte looptijd

Bij kapitaal- en lijfrenteverzekeringen hangt de provisie af van de afgesproken premie èn de looptijd. Het is niet voor niets dat veel tussenpersonen hun klanten polissen met een lange looptijd verkopen. En natuurlijk kon u uw polis zonder problemen eerder beëindigen. Maar die kosten moet u dan over een kortere looptijd verdelen, waardoor er voor u minder overblijft.

TIP 5: kies voor een lage premie

Omdat de provisie ook afhankelijk is van de hoogte van de premie, kunt u beter kiezen voor een lage vaste premie. U kunt dan naar behoefte aanvullende stortingen doen, en u bent meteen een stuk voordeliger uit.



  Met FiscAlert wordt u financieel wijzer. Neem nu een abonnement... en bepaal zelf wat u betaalt!