De FiscAlert-aangiftetips
FiscAlert februari 2007 | jrg 13 nr 2 | p.12-21
fiscaal
De FiscAlert-aangiftetips
Doe uw biljet de deur niet uit voordat u ze alle 59 heeft gelezen!
PARTICULIEREN
ALGEMEEN
1
Iedereen moet vóór 1 april zijn aangifte inleveren. Wie dat niet doet krijgt een aanmaning en nog tien werkdagen uitstel voor het indienen van de aangifte. Als u nalaat dat binnen de in de aanmaning gestelde termijn te doen, krijgt u een ‘verzuimboete’ opgelegd van minimaal € 22 en maximaal € 1.134. Lukt het u — om wat voor reden dan ook — niet de aangifte vóór de deadline in te dienen? Vraag de inspecteur dan om uitstel met een kort briefje. Een conceptbrief vindt u hier. In de regel zal de inspecteur u ruimte geven tot 1 juli.
2
Krijgt u naar verwachting behoorlijk wat geld terug van de fiscus? Als u de aangifte indient vóór 1 april, staat het bedrag meestal vóór 1 juli op uw rekening. Het aardige is dat de Belastingdienst vanaf 1 juli 2006 ook ‘heffingsrente’ vergoedt. Deze rente is voor het derde kwartaal van 2006 op 4,0% vastgesteld, voor het vierde kwartaal van 2006 op 4,25% en het eerste kwartaal van 2007 op 4,7%. Is het tarief van de heffingsrente hoger dan de rente op uw spaarrekening en heeft u het geld niet direct nodig, maak dan maar wat minder haast met het indienen van uw aangifte — aangifte — maar alléén als u geld terugkrijgt natuurlijk!
Vraag uitstel aan bij de Belastingdienst (zie tip 1)
3
Maak een kopie van uw ingevulde aangifte en bewaar deze, samen met de bewijsstukken, ten minste vijf jaar. De Belastingdienst is namelijk bevoegd binnen vijf jaar na het einde van het belastingjaar (plus de periode van eventueel uitstel) na te vorderen en dan ligt de bewijslast met betrekking tot de door u ingediende aftrekposten bij u. (Bovendien is het handig wanneer u volgend jaar aangifte doet over 2007, als voorbeeld en ter vergelijking.)
Krijgt u uw bankafschriften alleen langs elektronische weg? Print dan de exemplaren waarop uw aftrekposten staan vermeld; de bank bewaart de gegevens niet zo lang.
4
Doe uw aangifte bij voorkeur elektronisch. Deze tip geldt des te sterker voor fiscaal partners. Voor het handig schuiven met inkomsten en uitgaven en het optimaal benutten van de aanslagdrempel biedt het aangifteprogramma van de Belastingdienst namelijk aardige mogelijkheden. Zie tips 7-14. U kunt het aangifteprogramma downloaden van www.belastingdienst.nl.
Als u elektronisch aangifte doet, heeft u met ingang van de aangifte over 2006 een DigiD-inlogcode nodig. Heeft u ’m nog niet aangevraagd, doe dat dan hier. Meer informatie op www.belastingdienst.nl en www.digid.nl.
LET OP: Een DigiD-inlogcode is niet hetzelfde is als de elektronische handtekening die u tot en met 2005 kon gebruiken. De elektronische handtekening kunt u nog wel gebruiken als u aangifte doet per aangiftediskette.
5
Vergeet niet ‘De 29 meest gestelde vragen over de aangifte’ in het volgende nummer te lezen (klik hier voor een directe link). Voor meer vragen en antwoorden kunt u vanaf 26 februari a.s. ook terecht op www.fiscalert.nl.
6
Lees de toelichting bij uw aangiftebiljet. U vindt hierin nog meer informatie over mogelijke aftrekposten en voorwaarden om voor aftrek in aanmerking te komen.
Hier vindt u uitgebreide toelichtingen en brochures over diverse onderdelen van uw aangifte!
FISCAAL PARTNERSCHAP
7
Vaak pakt de keuze voor fiscaal partnerschap voordelig uit (zie tips 8 tot en met 12). Gehuwden en geregistreerde partners zijn ‘fiscaal partners’ van elkaar. In de volgende situaties is het mogelijk te kiezen voor fiscaal partnerschap:
- bij samenwoning, mits beide samenwoners 18 jaar of ouder zijn, ten minste zes maanden hebben samengewoond en gedurende die periode op hetzelfde adres bij de gemeente zijn ingeschreven
- een ouder en een inwonend kind van 27 jaar of ouder, onder de laatstgenoemde twee voorwaarden van hierboven
- in het jaar van echtscheiding, mits voor wat betreft de inkomenstoerekening voor het gehele jaar wordt gekozen voor fiscaal partnerschap
- ook bij een onvrijwillige verbreking van de samenleving, zoals een duurzame opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis van één van beide echtelieden, is het toegestaan te blijven kiezen voor fiscaal partnerschap (zelfs als er geen kans meer is dat de ander nog thuis komt wonen)
8
Fiscaal partners mogen schuiven met bepaalde inkomsten en aftrekposten. Door dat slim te doen, kunt u geld verdienen. Een voorbeeld: de ene fiscaal partner zit in het 42%-tarief, de ander betaalt 52%. In deze situatie is het voordelig om (een deel van) de aftrekposten naar de meestverdienende partner te schuiven. De belangrijkste inkomens- en vermogensbestanddelen en aftrekposten waarmee geschoven kan worden zijn
- het ‘saldo eigen woning’ (ofwel SEW: het eigenwoningforfait verminderd met aftrekbare leningskosten en -rente)
- uitgaven voor partneralimentatie
- verliezen op geldleningen aan startende ondernemers
- uitgaven voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar
- uitgaven voor ziektekosten en dergelijke
- scholingsuitgaven (studie)
- uitgaven voor monumentenpanden
- giften
- vermogen in box 3
- dividenden uit eigen BV
9
Ook als u of uw partner geen of weinig inkomen heeft, is het fiscaal partnerschap vaak wel voordelig. Degene met het lage inkomen krijgt zo toch de mogelijkheid de heffingskortingen volledig te benutten. En dat kan aardig oplopen, want de algemene heffingskorting bedraagt bijvoorbeeld al € 1.990 (€ 948 voor 65-plussers).
LET OP: De meestverdienende partner moet wel minimaal het bedrag aan heffingskortingen aan belasting betalen.
10
Heeft één van beide fiscaal partners weinig of geen vermogen in box 3? Dan kan de ene partner gebruik maken van het heffingvrije vermogen van de ander. Over 2006 bedraagt het heffingvrije vermogen € 19.698 per persoon.
11
Wie € 41 of minder belasting moet betalen, krijgt geen aanslag. Dat bedrag is de zogenaamde ‘aanslagdrempel’. Fiscaal partners kunnen dus zo gaan schuiven met hun inkomsten, aftrekposten en vermogen (zie bij tip 8) dat één van beiden de aanslagdrempel nèt niet overschrijdt. Hoe doet u dat? Verdeel in box 3 belast vermogen zodanig, dat de ene partner (bijna) € 41 belasting zou moeten betalen. Het eenvoudigst is het om gebruik te maken van een elektronisch aangifteprogramma. De site van de Belastingdienst heeft een — gratis — te downloaden exemplaar.
U kunt de aanslagdrempel ook benutten als u gebruik heeft gemaakt van de voorlopige teruggaaf.
LET OP: Heeft u over 2006 een voorlopige aanslag gehad, dan moet u ook belastingbedragen onder de € 41 betalen.
12
Fiscaal partners mogen, onder meer, partneralimentatie, uitgaven voor levensonderhoud van kinderen, buitengewone uitgaven (waaronder ziektekosten), scholingsuitgaven en aftrekbare giften onderling verdelen. De aftrek van deze posten komt eerst in box 1 (inkomen uit werk en woning). Is het inkomen van box 1 onvoldoende om alles te kunnen aftrekken? Dan verhuist het restant van de aftrek naar box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). Is ook het inkomen in box 3 onvoldoende, dan wordt wat overblijft afgetrokken in box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang). Wat daarna overblijft aan persoonsgebonden aftrek schuift door naar het volgende belastingjaar.
Kon u in 2005 de persoonsgebonden aftrekposten niet volledig aftrekken omdat uw inkomen te laag was? Vergeet deze dan niet alsnog in 2006 af te trekken. Het bedrag kunt u vinden op uw aanslag over 2005.
13
Bij een hoge afkoopsom voor alimentatie of een jaar met veel ziektekosten is het soms voordeliger als de aftrek naar een volgend jaar wordt doorgeschoven. Als uw (nieuwe) partner geen eigen inkomen heeft, kunt u (een deel van) de persoonsgebonden aftrek doorschuiven naar een toekomstig belastingjaar. U doet dit door de aftrek aan deze partner toe te delen. Bij gebrek aan inkomen kan deze niets aftrekken, en dus schuift de aftrekpost door naar het volgende jaar. Het bedrag kunt u dan opnieuw verdelen. Het op deze manier uitstellen kan voordelig zijn als u in de toekomst aftrekt tegen een (aanzienlijk) hoger tarief.
LET OP: Wilt u in 2007 de via uw partner doorgeschoven persoonsgebonden aftrek op uw inkomen in mindering brengen, dan moeten u en uw nieuwe partner ook in 2007 nog steeds elkaars fiscaal partners zijn.
LET OP: Heeft u persoongebonden aftrekposten (ziektekosten, alimentatie e.d.), geen inkomsten in box 1 en box 2 maar wel vermogen in box 3? Dan kunt u het gehele box 3-vermogen het best toedelen aan de fiscaal partner die geen persoonsgebonden aftrek heeft. De persoonsgebonden aftrek schuift dan direct door naar volgend jaar en valt dan weer in eerste instantie in box 1. Zo voorkomt u dat een deel van de aftrek tegen het ongunstige — want relatief lage — 30%-tarief van box 3 plaatsvindt. Zie ook tip 12.
14
Soms pakt fiscaal partnerschap niet goed uit. Zo wordt de drempel voor ziektekosten bij fiscaal partners afgeleid van het gezamenlijk inkomen. Als één van beide partners veel ziektekosten heeft die niet op één of andere manier worden vergoed, kan fiscaal partnerschap dus onvoordelig zijn: de drempel is hoger en dus kan er minder worden afgetrokken. Dit principe gaat trouwens ook op bij de giftenaftrek.
Zolang u niet getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, kunt u per jaar aangeven of u wel of niet fiscaal partner wilt zijn (zie tip 7).
LET OP: Woont u nog geen vijf jaar samen of is één van u jonger dan 27, dan kan het niet kiezen voor fiscaal partnerschap leiden tot meer successierecht als één van u komt te overlijden.
EIGEN WONING
15
Bent u in het bezit van een ‘eigen woning’ in de zin van de wet (uw huis is uw hoofdverblijf)? Dan zijn de volgende kosten voor u aftrekbaar:
- rente over de schuld in verband met aankoop, onderhoud of verbetering van de eigen woning
- rente op hypotheken afgesloten vóór 1 januari 1996
- vooruitbetaalde rente op deze leningen die uitsluitend betrekking heeft op de periode januari tot en met juni 2007
- boeterente in verband met oversluiten van een eigenwoninglening
- rente over overgesloten eigenwoninglening
- afsluitprovisie voor de lening
- taxatiekosten voor de lening
- notariskosten met betrekking tot de hypotheekakte
- notariskosten in verband met doorhalen hypotheekakte
- prolongatierente (rente die wordt berekend als de akte niet binnen de gestelde termijn wordt gepasseerd)
- kosten van de Nationale Hypotheek Garantie
- periodieke betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming
- bouwrente en grondrente, voorzover ze betrekking hebben op de periode na het sluiten van de koopovereenkomst
- betaalde borgstellingsprovisie (aan bijvoorbeeld uw ouders als zij borg staan voor uw hypotheek)
Zie ook ons artikel ‘Aftrekbare kosten eigen woning’, FiscAlert februari 2004, nr 1, p.12-13, ook te vinden in ons online archief (www.fiscalert.nl > huis & hypotheek of klik hier).
Leent u voor uw eigen woning geld van uw familie, vergeet dan niet de aan hen betaalde rente en afsluitprovisie af te trekken. Leent u aan familie, dan zijn ontvangen rente en afsluitprovisie onbelast. Zie ook ons artikel ‘Begin uw eigen familiebank’ (FiscAlert mei 2006, nr 5, p.26-27, ook te vinden in ons online archief op www.fiscalert.nl > huis & hypotheek of klik hier).
LET OP: Niet aftrekbaar zijn: kosten met betrekking tot de woning zelf, zoals de leges voor de bouwvergunning, de provisie voor de makelaar en de kosten verbonden aan de koop- en leveringsakte. Dit zijn kosten die niets te maken hebben met de lening, maar alleen betrekking hebben op de aankoop.
16
Fiscaal partners mogen zelf bepalen wie het saldo eigen woning (eigenwoningforfait minus hypotheekrente, SEW) in de aangifte verwerkt. Het is zelfs toegestaan het SEW deels toe te rekenen aan de ene en deels aan de andere partner. Als vuistregel geldt: reken het SEW toe aan degene met het inkomen in het hoogste belastingtarief.
LET OP: Gebruik voor de aangifte over 2006 de ‘oude’ WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2003, en dus niet de ‘nieuwe’ WOZ-waarde van uw aanslag OZB voor 2007. Daarmee benadeelt u zichzelf.
LET OP: Bij een positief SEW zou u eigenlijk belasting moeten betalen, maar sinds 2005 heeft u in dat geval recht op ‘aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld’. Die aftrek is gelijk aan de SEW. Met andere woorden: een positief SEW is onbelast. Het elektronisch aangifteprogramma van de Belastingdienst houdt hier automatisch rekening mee.
Vaak is het gunstig een kleine resthypotheek geheel af te lossen. Of dit ook voor u geldt, kunt u berekenen met onze ‘calculator hypotheek aflossen’, die u kunt vinden op www.fiscalert.nl > calculatoren of door hier te klikken. Lees ook ons rtikel ‘Wanneer is hypotheek aflossen voordelig?’ (FiscAlert mei 2005, nr 5, p.21-23, ook te vinden op www.fiscalert.nl > huis & hypotheek of door hier te klikken).
17
Als de hypotheeklening op de huidige eigen woning is afgesloten vóór 1 januari 1996, is het toegestaan alle rente af te trekken in box 1, ongeacht de bestemming van de lening. Het maakt voor de renteaftrek dus niet uit of de lening destijds is gebruikt voor het eigen huis, een tweede huis of een eerste, tweede of derde auto.
18
Als u heeft afgelost op ‘gemengde schulden’ (dat zijn schulden die zowel voor het eigen huis als andere doeleinden zijn gemaakt), mag u — en dat is nieuw — de aflossing naar eigen keuze toerekenen aan het schulddeel in box 3 of aan de eigenwoninglening in box 1. Meestal is het voordeliger de aflossing toe te rekenen aan het deel van de schuld dat in box 3 zit, omdat uw renteaftrek in box 1 op peil blijft.
Deze regeling geldt met ingang van de aangifte over 2006 voor alle gemengde schulden.
LET OP: Bij kleine eigenwoningleningen kan het voordeliger zijn de aflossing juist niet aan het box 3-gedeelte toe te rekenen maar in box 1 af te lossen. Sinds 2005 is bij kleine leningen het voordeel van de renteaftrek beperkt, terwijl u box 3-leningen boven een drempel onbeperkt in mindering kunt brengen op uw bezittingen. Zie ook tip 16.
19
Heeft u een nieuw huis gekocht, woont u er al maar is uw vorige huis nog niet verkocht? U mag in 2006 ook de (hypotheek)rente van uw oude woning nog aftrekken, als u in 2004 nog daadwerkelijk in het oude huis woonde. Het huis moet wel leegstaan en bestemd zijn voor de verkoop. Is dat niet het geval, dan verdwijnt de schuld die betrekking heeft op uw oude huis in box 3.
20
Woont u nog in uw oude woning, dan mag u in ieder geval de rente van de oude woning aftrekken. Bent u van plan uiterlijk in 2008 in uw nieuwe woning te gaan wonen en staat de nieuwe woning nu leeg, dan mag u ook de rente van de nieuwe woning aftrekken.
LET OP: Het eigenwoningforfait geldt alleen voor de woning waarin u daadwerkelijk woont. Over andere woningen hoeft u dus geen eigenwoningforfait aan te geven.
21
Heeft u een lening afgesloten voor onderhoud of verbouwing van de eigen woning? Tot zes maanden na het afsluiten van de lening zijn rente en kosten over de gehele lening aftrekbaar, zelfs als de lening nog niet volledig is gebruikt voor het onderhoud of de verbouwing.
LET OP: Is de lening na zes maanden nog steeds niet volledig gebruikt, dan is de rente pas weer aftrekbaar vanaf het moment dat het onderhoud/de verbouwing van de woning is betaald. Alleen als het geld van de lening is gestort in een verbouwingsdepot mag u rente- en kosten gedurende maximaal twee jaar volledig aftrekken. Zie ook de toelichting bij de elektronische aangifte.
LET OP: Heeft u onderhoud gepleegd of bent u aan het verbouwen geslagen en heeft u dat uit eigen zak betaald? Als u binnen zes maanden na aanvang van het onderhoud of de verbouwing alsnog een lening heeft afgesloten, kunt u de kosten en de rente integraal aftrekken.
PENSIOENTEKORT
22
Als u over de periode 1999 tot en met 2005 pensioentekort heeft, kunt u nog tot 1 april 2007 een koopsom- of lijfrentepolis afsluiten en de premie aftrekken in de aangifte over 2006 (zie ook p.26-27 ’Onderzoek: de beste koopsompolissen’ of klik hier).
U mag alleen de lijfrentepremies over 2006 in aftrek brengen als ze vóór 1 april 2007 zijn betaald.
TIP: Op de internetsite van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl) vindt u het ‘Rekenprogramma lijfrentepremie 2006’. Klik hier voor een directe link.
KINDEROPVANG-, ZORG- EN HUURTOESLAG
23
Vraag toeslagen tijdig aan. Kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en huurtoeslag voor 2006 kunt u tot 1 april 2007 aanvragen, behalve als u of uw toeslagpartner uitstel heeft gekregen voor de aangifte over 2006. Uw aanvraag moet dan uiterlijk binnen zijn op de datum waarop de uitgestelde aangifte inkomstenbelasting van u of uw toeslagpartner door de Belastingdienst moet zijn ontvangen.
LET OP: Hebben u en/of uw toeslagpartner verschillende uitsteldata? Dan kunt u uw kinderopvangtoeslag aanvragen tot de laatste uitsteldatum.
LET OP: Deze regeling geldt onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
Op www.toeslagen.nl vindt u meer informatie over dit onderwerp. Bovendien kunt u hier de programma’s downloaden waarmee u uw aanvraag kunt indienen bij de Belastingdienst.
ECHTSCHEIDING EN ALIMENTATIE
Zie ook tip 7 (fiscaal partnerschap in jaar van scheiding) en tip 13 (als u kiest voor afkoop van de alimentatie)
24
Betaalde partneralimentatie is aftrekbaar, ontvangen partneralimentatie is belast. Dat geldt dus ook voor de afkoopsom die betrekking heeft op een alimentatieverplichting. Alimentatie kan ook in de vorm van een direct ingaande lijfrente bij een verzekeringsmaatschappij worden gegeven. In dat geval is de aan de verzekeraar betaalde afkoopsom ineens aftrekbaar, maar zijn alleen de ontvangen lijfrentetermijnen belast.
25
Kinderalimentatie is niet aftrekbaar en dus is de ontvangen kinderalimentatie onbelast.
Het levensonderhoud van kinderen tot 30 jaar is wèl aftrekbaar; zie tips 28 en 29.
26
Advocaat- en proceskosten die gemaakt zijn voor de verkrijging, het behoud of de verhoging van te ontvangen partneralimentatie, zijn aftrekbaar in box 1. Niet aftrekbaar zijn de kosten van de echtscheidingsprocedure zelf en van de verdeling van het vermogen. Nota’s van de advocaat zult u dus eventueel moeten splitsen. In dit verband zijn ook aftrekbaar telefoon-, porto-, reis- en incassokosten.
LET OP: Advocaat- en proceskosten zijn niet aftrekbaar voor degene die partneralimentatie betaalt, wèl voor degene die partneralimentatie ontvangt.
27
Normaal is de hypotheekrente alleen aftrekbaar als de eigen woning als hoofdverblijf dient. In het geval van echtscheiding is op deze regel een uitzondering gemaakt: gedurende maximaal twee jaar nadat één van beide partijen de gezamenlijke woning heeft verlaten, blijft de rente over diens aandeel in de eigendom van de woning aftrekbaar, zolang de ex-partner feitelijk in de woning blijft wonen en de woning als hoofdverblijf aanhoudt.
AFTREK VOOR LEVENSONDERHOUD VAN KINDEREN TOT 30 JAAR
Voorwaarde voor aftrek van de kosten voor levensonderhoud van kinderen tot 30 jaar is dat u geen recht heeft op kinderbijslag en uw kind geen recht heeft op studiefinanciering. U moet de kinderen in belangrijke mate (ten minste voor € 386 per kwartaal per kind) onderhouden. De aftrek wordt beoordeeld aan het begin van ieder kwartaal. U mag een vast bedrag aftrekken (zie de toelichting bij de aangifte).
28
Co-ouders die elk recht hebben op 50% kinderbijslag, kunnen voor het ontbrekende deel aanspraak maken op de aftrek wegens de kosten van levensonderhoud voor hun kind (50% van het vaste bedrag).
LET OP: Is de verhouding van kinderbijslag anders, bijvoorbeeld 60%-40%, dan kan de aftrek 40%-60% zijn. Er moet dan wel op papier aangifte worden gedaan, omdat het aangifteprogramma hiermee geen rekening kan houden.
Naast de kinderalimentatie tellen ook de kosten van de bezoekregeling (halen en brengen) mee om vast te stellen of u minimaal € 386 per kwartaal bijdraagt in de kosten voor levensonderhoud.
29
Er is ook een aftrekmogelijkheid voor levensonderhoud als het kind studeert maar geen recht (meer) heeft op studiefinanciering. Zelfs als uw kind een tijd werkloos is (bijvoorbeeld na de studie), kunt u recht hebben op deze aftrek.
LET OP: Dit geldt ook als het kind geen recht meer heeft op een basisbeurs en geen gebruik maakt van de mogelijkheid om te lenen, maar nog wel een OV-jaarkaart bezit (zie ons artikel ‘Studerend kind aftrekbaar’, FiscAlert april 2006, nr 4, p.18, ook in het online archief op www.fiscalert.nl > fiscaal of klik hier).
LET OP: Als het kind of diens partner eigen inkomsten heeft of vermogen bezit, dan moet eerst worden beoordeeld in hoeverre hij geacht wordt hieruit in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Dit kan ertoe leiden dat de ouder geen recht meer heeft op deze aftrekpost of een lager bedrag kan aftrekken.
ZIEKTEKOSTEN
Ziektekosten zijn aftrekbaar boven een — inkomensafhankelijke — drempel. Deze drempel bedraagt 11,5% van het verzamelinkomen (inkomen in box 1, 2 en 3 tezamen). Heeft u een fiscaal partner? Dan is de drempel 11,5% van het gezamenlijke verzamelinkomen. Lees ook onze artikelen op p.11 en p.22 e.v., en de folder van de Belastingdienst met de titel ‘Als u of uw fiscaal partner in 2006 ziektekosten of andere buitengewone uitgaven had’ die u hier kunt downloaden.
LET OP: Sinds 2006 kent de drempel geen maximum meer!
30
65-plussers krijgen een douceurtje van de fiscus. Door een vaste extra aftrek komen ze namelijk eerder dan 65-minners in aanmerking voor aftrek wegens ziektekosten. Deze zogenaamde ‘ouderdomsaftrek’ bedraagt € 795. U heeft in de aangifte over 2006 recht op deze aftrek als u uiterlijk op 31 december 2005 de leeftijd van 65 had bereikt.
31
Voor belastingplichtigen die de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt, geldt bij arbeidsongeschiktheid of chronische ziekte een vaste aftrek van € 795. Voorwaarde is wel dat u voor meer dan 45% arbeidsongeschikt bent of meer dan € 314 aan uitgaven voor chronische ziekte heeft gedaan. Voor alle duidelijkheid: uitgaven voor chronische ziekte zijn: hulpmiddelen (rolstoel, steunen in badkamer, kunstgebit, enzovoorts); vervoer; extra gezinshulp (inkomensafhankelijk); sommige diëten; extra uitgaven voor kleding en beddengoed (vaste bedragen); verblijf in AWBZ-instelling (o.a. verzorgingshuis): 25% van de bijdrage; verblijf buiten een AWBZ-instelling: bijdrage in het kader van de AWBZ; bijdragen voor AWBZ vervangende zorg.
LET OP: Bij uitgaven wegens chronische ziekte wordt voor iedere partner afzonderlijk beoordeeld of de uitgaven meer dan € 314 bedragen. Wordt dit bedrag door beide partners bereikt, dan mag het bedrag van € 795 twee maal worden afgetrokken. Als beide partners voor meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn mogen zij eveneens twee keer € 795 aftrekken. Zijn de uitgaven voor chronische ziekte van uw kind hoger dan € 314, is uw kind jonger dan 27 en draagt u voor meer dan € 386 per kwartaal bij in zijn levensonderhoud (exclusief ziektekosten)? Dan heeft u ook voor uw kind recht op € 795 extra aftrek.
32
Denk aan de vaste aftrek van de huisapotheek van € 23 per persoon.
33
Vergeet niet ook de door uw werkgever afgedragen premie zorgverzekeringswet (premie ZVW) op te voeren. Zie de jaaropgave van uw werkgever of uitkeringsinstantie.
LET OP: Heeft u recht op een teruggaaf van de Belastingdienst van een deel van de afgedragen premie, dan kunt u dit deel niet aftrekken (zie ook item nummer 1 van het artikel ‘De meest gestelde vragen over de aftrek van ziektekosten’ dat u hier kunt lezen).
34
Niet het werkelijk betaalde basisbedrag van de ziektekostenverzekering, maar alleen de standaardpremie van € 1.015 (€ 2.030 voor fiscaal partners) minus de ontvangen zorgtoeslag is aftrekbaar. De aan uw zorgverzekeraar betaalde premie voor een eventuele aanvullende verzekering en/of tandartsverzekering is wel integraal aftrekbaar.
Als u de basisverzekering betaalt voor kinderen ouder dan 18 jaar maar jonger dan 27 jaar, kunt u ook hun standaardpremie minus hun zorgtoeslag plus hun premie aanvullende verzekering en tandartsverzekering aftrekken (zie ook tip 35).
35
Ziektekosten en de kosten voor de huisapotheek van kinderen jonger dan 27 jaar die voor uw rekening zijn, kunt u ook aftrekken als u deze kosten betaalt omdat de (financiële) situatie van uw kind niet toelaat dat deze ze zelf draagt.
36
Indien u verpleegd wordt in een AWBZ-inrichting, kunt u de eigen bijdrage in de verpleegprijs voor 25% als ‘uitgaaf wegens ziekte’ in aanmerking nemen.
37
Vergeet niet de vervoerskosten naar arts of ziekenhuis (aftrekbaar zijn de werkelijke kosten), uitgaven voor extra gezinshulp, dieetkosten (alleen op medisch voorschrift), extra uitgaven voor kleding en beddengoed en uitgaven wegens regelmatig ziekenbezoek van huisgenoten en de natura-uitvaartverzekering af te trekken.
LET OP: Bij vervoer per auto naar arts of ziekenhuis moet u zelf de werkelijke kosten berekenen. Er zijn hiervoor geen normbedragen. U mag rekening houden met de afschrijving van de auto, onderhoudskosten, brandstof, verzekering, motorrijtuigenbelasting, parkeergeld, enzovoorts.
Kosten voor het bezoeken van een zieke zijn alleen aftrekbaar als deze langer dan één maand wordt verpleegd èn de reisafstand meer bedraagt dan 10 km èn met de zieke een gezamenlijke huishouding werd gevoerd bij de aanvang van de ziekte. Aftrekbaar is € 0,19 per km voor autoritten of de werkelijke kosten van taxi of OV.
38
Kosten voor het in het weekend en tijdens vakanties verzorgen van een ernstig gehandicapt kind (en — sinds 2005 — broer of zus) zijn aftrekbaar. Voorwaarde is dat kind, broer of zus in een inrichting woont en 27 jaar of ouder is. De aftrek voor het verblijf bij u is € 9 per dag plus € 0,19 per km voor halen en brengen.
39
Is uw verzamelinkomen niet hoger dan € 30.631? Dan mag u voor bepaalde aftrekbare ziektekosten een bedrag aftrekken dat 113% hoger is dan het totaal van deze kosten. Het betreft hier de werkelijke uitgaven voor chronische ziekte (zie tip 31 voor een opsomming) exclusief een eventuele extra aftrek van € 795 wegens chronische ziekte.
STUDIEKOSTEN (SCHOLINGSUITGAVEN)
40
Onder scholingsuitgaven vallen de kosten die rechtstreeks verband houden met een studie of opleiding voor een beroep (dus géén studie uit liefhebberij). Aftrekbaar zijn het lesgeld, examengelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen, schrijfmateriaal, etcetera. De voor de studie aangeschafte duurzame zaken, zoals een computer, moeten worden afgeschreven over meerdere jaren. In principe mag u de werkelijke kosten van de scholingsuitgaven in mindering brengen, voorzover ze meer dan € 500 en — in beginsel — niet meer dan € 15.000 bedragen.
LET OP: Niet aftrekbaar zijn levensonderhoud, studeerruimte, reis- en verblijfkosten, excursies en studiereizen. Zie ook ons artikel ‘Zijn uw studiekosten aftrekbaar?’, FiscAlert maart 2007, nr 3, p.17, ook te vinden in ons online archief op www.fiscalert.nl > fiscaal of klik hier.
ABONNEES KUNNEN DIT ARTIKEL TOT 17 MAART 2007 ALS PDF DOWNLOADEN
41
Thuiswonende studenten met studiefinanciering kunnen meestal ieder jaar een bedrag aftrekken voor studiekosten. Voor uitwonende studenten met studiefinanciering geldt dat alleen bij dure studies. Studenten met studiefinanciering kunnen namelijk niet de werkelijke studiekosten aftrekken, maar dienen rekening te houden met vooraf vastgestelde normbedragen.
Zie verder de Belastingdienst-folder ‘Als u of uw fiscale partner in 2006 studiekosten of andere scholingsuitgaven had’ die u hier kunt downloaden.
42
Als de studiefinanciering definitief niet is omgezet in een gift en dus een lening blijft, kunnen zowel thuis- als uitwonende studenten in aanmerking komen voor aftrek van studiekosten (alleen normbedragen, zie tip 41 en de daar genoemde toelichting van de Belastingdienst).
LET OP: Bijbaantjes kunnen dit fiscaal voordeel om zeep helpen.
LET OP: Rente van studieschulden bij de Informatie Beheer Groep mag niet worden aangemerkt als scholingsuitgaven. Met ingang van 2006 geldt dat ook voor rente van alle andere studieschulden: deze schulden dienen in mindering te worden gebracht op het box 3-vermogen.
VRIJWILLIGERSWERK
43
Ziet u af van onkostenvergoedingen voor vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld reiskosten, dan kunt u in uw aangifte de onkosten opvoeren als gift onder de volgende voorwaarden:
- het moet gaan om vrijwilligerswerk voor een het algemeen nut beogende instelling
- de kosten worden niet vergoed vanwege de slechte financiële situatie van de instelling of u kon de kosten wel vergoed krijgen, maar u heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt
LET OP: De uren die u besteedt aan vrijwilligerswerk zijn niet aftrekbaar.
65-PLUSSERS
44
Als u en uw partner beiden 65 jaar of ouder zijn, geef dan de door u ontvangen AOW in uw eigen aangifte aan en de AOW die uw partner ontvangt in de aparte aangifte van uw partner.
Doet u elektronisch aangifte? Vermeld de AOW van uw partner dan onder Box 1: werk en woning > Pensioen, AOW e.d. van uw partner.
LET OP: Ontvangt u AOW met toeslag omdat uw partner nog geen 65 is? Dan geeft u de AOW inclusief de toeslag aan in uw eigen aangifte.
45
De ouderdomsaftrek is in feite een cadeautje van de staat voor uw ziektekosten. Als u naast uw AOW niet veel pensioen heeft, overschrijdt u dus vrij snel de drempel voor aftrek van ziektekosten. Bedenk dus goed wat u over 2006 allemaal kunt aftrekken, want bijna alles is raak. Zie verder onder ‘Ziektekosten’.
46
Als u wegens ziekte of invaliditeit particuliere gezinshulp nodig had en deze hulp wit werd betaald (u kunt rekeningen of kwitanties overleggen waarop datum, bedrag, naam, adres en woonplaats van de gezinshulp of instantie staan aan wie u de kosten heeft betaald), dan zijn deze kosten aftrekbaar.
LET OP: Boven een verzamelinkomen van € 27.977 geldt een drempel. Deze drempel geldt echter niet voor de eigen bijdrage voor krachtens de AWBZ gefinancierde gezinshulp (thuiszorg). Deze eigen bijdrage kunt u volledig aftrekken als uitgave voor ziekte of invaliditeit.
47
Bij een onvrijwillige verbreking van de samenleving, zoals een duurzame opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis van één van beide echtelieden, is het toegestaan te (blijven) kiezen voor fiscaal partnerschap, ook als er geen redelijk uitzicht is op terugkeer.
Zie verder onder ‘fiscaal partnerschap’.
48
Benut de ouderentoeslag. Dat is een extra vrijstelling in box 3 van maximaal € 26.076 per persoon. U heeft recht op ouderentoeslag als uw inkomen in box 1, vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrekposten, niet hoger is dan € 18.539 en uw gemiddelde vermogen minus € 19.698 (€ 39.396 voor fiscaal partners) niet hoger is dan € 260.677 (€ 521.354 voor fiscaal partners).
OVERLIJDEN
49
Een overleden werknemer heeft vaak nog recht op loon (lopende maand, vakantiegeld, dertiende maand).Voor dit postume loon en de ingehouden loonbelasting heeft u de keuze: opnemen in de aangifte van de overleden werknemer of in de aangifte van de erfgenamen.
50
Voer geen onbelaste inkomsten op bij het belaste loon in de aangifte! Het lijkt een open deur, maar toch: éénmalige uitkeringen van de werkgever in verband met het overlijden van de werknemer, diens echtgenoot of partner of diens kinderen zijn onbelast, voor zover de uitkering niet meer bedraagt dan driemaal het laatste maandloon van de werknemer.
NIET VERGETEN!
51
- kiest u voor het fiscaal partnerschap, dan moeten u en uw partner samen het voorblad van de aangifte(s) ondertekenen.
- heeft u dividend ontvangen? vermeld dan ook de ingehouden dividendbelasting
- claim bij — goedgekeurde — maatschappelijke beleggingen en directe beleggingen in durfkapitaal de extra heffingskorting van 1,3%
- voor zover maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal zijn vrijgesteld moeten deze niet worden opgegeven bij de bezittingen in box 3
- geblokkeerde tegoeden op de spaarloonrekening zijn onbelast en hoeft u daarom niet op te geven in uw aangifte
- de waarde van kapitaalverzekeringen hoeft u vaak niet in box 3 op te geven, vraag bij uw verzekeraar na of dat ook geldt voor uw kapitaalverzekering
- claim de heffingskortingen die verband houden met kinderen (alleen als u voldoet aan de voorwaarden natuurlijk): kinderkorting, combinatiekorting, aanvullende combinatiekorting, ouderschapsverlofkorting, alleenstaande-ouderkorting, aanvullende alleenstaande-ouderkorting. De voorwaarden vindt u in de toelichting bij uw aangiftebiljet en in de helpfunctie van de elektronische aangifte.
Voor de ouderschapsverlofkorting heeft u een verklaring van uw werkgever nodig met de volgende gegevens: naam, adres en loonheffingennummer van uw werkgever; uw naam en sofi-nummer, de periode waarin u ouderschapsverlof had, het aantal uren ouderschapsverlof in 2006.
52
Toch iets vergeten? Als u geen aangifte heeft gedaan over 2002, 2003, 2004 of 2005 kunt u een T-biljet aanvragen. Als uw aanslag al is vastgesteld, kunt u de inspecteur schriftelijk verzoeken om de aanslag ambtshalve te herzien. Het verzoek moet binnen een termijn van vijf jaar na het einde van het desbetreffende kalenderjaar (plus de periode waarvoor uitstel is verleend) worden gedaan.
53
Wilde u belasting terugkrijgen over 2002, maar lukte dat niet omdat de teruggaaf lager was dan € 454? De wet is inmiddels aangepast. U kunt belastingteruggave verzoeken als het bedrag waar u recht op heeft hoger is dan € 12 (2002). Doe dus (al dan niet opnieuw) aangifte.
ONDERNEMERS
54
Als u resultaat uit overige werkzaamheden geniet, kunt u overwegen deze werkzaamheden in de vorm van een onderneming te gieten. Startende ondernemers kunnen gebruik maken van diverse fiscale faciliteiten, onder voorwaarde dat er is geïnvesteerd, dat er debiteurenrisico wordt gelopen, dat er meerdere afnemers zijn en dat het de bedoeling is dat er duurzaam winst wordt gemaakt.
Startende ondernemers krijgen fiscaal voordeel in de vorm van ‘startersaftrek’, ‘zelfstandigenaftrek’ en ‘investeringsaftrek’. Zie het artikel ‘Zo wordt u ondernemer (voor de fiscus)’, FiscAlert december 2006, nr 10, p.13-16 (ook te vinden in ons online archief op www.fiscalert.nl > fiscaal of klik hier). Raadpleeg tevens het ‘Handboek ondernemen’ van de Belastingdienst. U kunt dit boekje plus andere informatie downloaden van de internetsite van de Belastingdienst: www.belastingdienst.nl > downloaden & bestellen > zakelijk > ondernemer worden > starterspakket. Een directe link vindt u hier.
55
Komt u in aanmerking voor de ‘oudedagsreserve’? Maak er dan gebruik van! U krijgt een comfortabel belastinguitstel en de voortschrijdende inflatie werkt in uw voordeel. Houd er wel rekening mee dat de fiscus de uitgestelde belasting (de ‘claim’) in de toekomst wel een keer zal willen innen.
56
Bij winst uit onderneming heeft u recht op meewerkaftrek als uw fiscaal partner zonder enige vergoeding in 2006 minimaal 525 uren arbeid in de onderneming verrichtte. U moet zelf wel meer dan 1.225 uur in uw onderneming werken en voor het fiscaal partnerschap hebben gekozen.
57
Binnen een onderneming zijn de meeste kosten aftrekbaar van de winst. Maar voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten (zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak), congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke geldt in principe een drempel van € 4.000 die niet voor aftrek in aanmerking komt (methode 1). U mag er bij de aangifte echter ook voor kiezen om 75% van deze kosten af te trekken (methode 2). Een simpel rekensommetje leert dat het tot € 16.000 aan aftrekbare kosten uit deze categorie veel voordeliger is om ze volgens methode 2 in aftrek te brengen.
Voert u bijvoorbeeld 75% van € 10.000 op als kosten, dan mist u weliswaar een aftrekpost van € 2.500, maar ten opzichte van methode 1 is dat een verschil van € 1.500 bruto in uw voordeel (netto € 780 als u 52% belasting betaalt).
58
Rente die een dga ontvangt over een vordering op zijn BV valt in box 1 via de zogenaamde tbs-regeling. Dit is dus geen gemeenschappelijk inkomensbestanddeel dat willekeurig tussen partners kan worden verdeeld. Is de dga in gemeenschap van goederen getrouwd, dan behoort 50% van de vordering tot het vermogen van de echtgenoot. Dat heeft dan weer tot gevolg dat de helft van de rente tot het box 1-inkomen van die echtgenoot moet worden gerekend. Als de dga in de 52%-schijf zit en de echtgenoot in een lagere levert dat dus een aardig tariefsvoordeel op.
59
Ondernemers kunnen zichzelf de zakelijke ritten met de privé-auto (inclusief woon-werkverkeer) vergoeden tegen € 0,19 per kilometer.
ZO BEREKENT U UW VERMOGEN IN BOX 3
Tel de waarde van de gezamenlijke vermogensbestanddelen op 1 januari van het belastingjaar bij elkaar op. Trek hiervan het bedrag af van al uw schulden (inclusief de hypotheek voor de tweede woning, uw creditcardschulden, etcetera), verminderd met de drempel van € 2.700, of tweemaal dat bedrag als u een fiscaal partner heeft. Voor de box 3-bezittingen en -schulden op 31 december volgt u dezelfde procedure. De twee gevonden bedragen telt u bij elkaar op en deelt u door 2. Nu heeft u de grondslag voor de vermogensrendementsheffing in box 3. Over het bedrag boven de vrijstelling (€ 19.698 per persoon) betaalt u 1,2% vermogensrendementsheffing.
> Voor ouders met kinderen en voor 65-plussers kan een hogere vrijstelling dan € 19.698 per persoon van toepassing zijn.
LET OP: Is het bedrag van uw schulden kleiner dan € 2.700 (of € 5.400 als u een fiscaal partner heeft), dan stelt u het bedrag van de schulden op € 0 en trekt u niets van uw vermogensbestanddelen af.
Een praktijkvoorbeeld
X, alleenstaand, heeft op 1 januari € 32.000 spaargeld. Op 31 december staat er € 15.000 op zijn spaarrekening en zijn de beleggingen € 20.000 waard. X heeft op 1 januari een schuld van € 6.500 in verband met de aanschaf van zijn auto. Op 31 december is deze schuld nog € 2.000.
I.
|
bezittingen op 1 januari |
schulden op 1 januari |
|
spaargeld |
32.000 |
|
lening auto |
6.500 |
|
beleggingen |
0 |
|
AF: drempel |
-/- 2.700 |
|
totaal bezittingen |
32.000 |
|
totaal schulden |
3.800 |
rendementsgrondslag op 1 januari: (32.000 – 3.800 =) 28.200
II.
bezittingen op 31 december schulden op 31 december
|
spaargeld |
15.000 |
|
lening auto |
2.000 |
|
beleggingen |
20.000 |
|
AF: drempel |
-/- 2.700 |
|
totaal bezittingen |
35.000 |
|
totaal schulden |
0 |
rendementsgrondslag op 31 december: (35.000 – 0 =) 35.000
X kan zijn belasting in box 3 nu als volgt berekenen:
|
gem. rendementsgrondslag I + II: (28.200 + 35.000 =) 63.200 : 2 = |
31.600 |
|
AF: vrijstelling box 3 (per persoon) |
-/- 19.698 |
|
belast vermogen |
11.902 |
|
te betalen belasting in in box 3 (30% x 4% =) 1,2% |
142 |
EN ALVAST EEN AANGIFTETIP VOOR 2007...
Heeft u een kleine hypotheek en voldoende spaargeld om af te lossen? Dan kan het fiscaal voordeliger zijn om uw hypotheek vóór 1 januari 2007 af te lossen. Met onze calculator ‘hypotheek aflossen’ kunt u berekenen of in uw geval aflossen voordelig is en hoeveel het u oplevert. Klik hier voor de calculator.
Met FiscAlert wordt u financieel wijzer. Neem nu een abonnement... en bepaal zelf wat u betaalt!
|




