FiscAlert
Login

FAQ
Doe de risicoprofieltest!

AOW naar 67+: hoe zit dat eigenlijk?tip een kennis over dit artikel print dit artikel

FiscAlert januari 2010 | jrg 16 nr 1 | p.20-23

pensioen

AOW naar 67+: hoe zit dat eigenlijk?

Vanaf 2020 wordt de 65-plusser een 67-plusser. Maar wat betekent dit concreet voor u? Het hoe en wat van de nieuwe AOW-regeling, en de financiële gevolgen.

Tekst: Sander Broekhuizen

Het wetsvoorstel voor de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar ligt inmiddels bij de Tweede Kamer ter goedkeuring. De Raad van State heeft flinke kritiek op de manier waarop het kabinet de AOW-verhoging wil invoeren en stelt aanpassingen voor. Maar dat de verhoging van de AOW van 65 naar 67 jaar doorgaat, lijkt onvermijdelijk.
Maar wat zijn de gevolgen? Er wordt gepraat over uitzonderingen. Maar wat als u toch op uw 65ste met pensioen gaat. Wordt uw AOW dan lager? En hoeveel dan? De belangrijkste punten van de AOW-maatregelen op een rij, met voorbeelden en berekeningen.

65, 66 of 67 jaar
De verhoging van de AOW-leeftijd wordt gefaseerd ingevoerd. In 2020 is de eerste verhoging (naar 66 jaar), in 2025 de tweede (naar 67 jaar). Bent u op 1 januari 2020 al 65 jaar of ouder, dan heeft u - geen last van de maatregelen en behoudt u recht op uw AOW-uitkering vanaf 65 jaar. Bent u op dat moment nog geen 65, dan hebben de maatregelen voor u wel consequenties. In het volgende schema ziet u of u AOW krijgt met 66 of pas met 67 jaar.

als u bent geboren

dan gaat uw AOW-leeftijd

vóór 1955

niet omhoog

op of na 1 januari 1955 maar vóór 1 januari 1960

omhoog tot 66 jaar

in 1960 of later

omhoog tot 67 jaar


Toch eerder AOW
Ook al bent u geboren na 1 januari 1955, er zijn uitzonderingsituaties waarbij u toch AOW kunt krijgen vanaf uw 65ste. De eerste uitzondering wordt gemaakt als u vanaf 2005 onafgebroken heeft gewerkt voor minimaal drie dagen per week. Wordt u bijvoorbeeld in 2021 pas 65, maar heeft u 16 jaar onafgebroken gewerkt, dan kunt u toch AOW ontvangen bij 65 jaar. Wordt u in 2022 65, dan moet u 17 jaar lang hebben gewerkt. Enzovoorts. Vanaf 2047 geldt dat iedereen 42 jaar onafgebroken gewerkt moet hebben om toch vanaf 65 jaar AOW te ontvangen. Een registratiesysteem zal bijhouden of u vanaf 2005 aan de vereisten voldeed.

LET OP: Van belang is het woord ‘onafgebroken’. Was u in 2005 of daarna even werkloos of bent u tijdelijk gestopt met werken na de geboorte van uw kind, dan heeft u uw werkzaamheden onderbroken en voldoet u dus niet meer aan het vereiste van ‘onafgebroken werken’. U kunt dan dus fluiten naar de vervroegde AOW op uw 65ste.


De tweede uitzondering betreft het al veel bediscussieerde ‘zware werk’. Wat de inhoudelijke definitie van ‘zwaar werk’ gaat worden is niet duidelijk. Geldt alleen fysiek werk als ‘zwaar’? Of behoort lesgeven in het voortgezet onderwijs ook tot de categorie ‘zwaar werk’? Wat ‘zwaar’ precies is, moet dus nog worden uitgevochten.
Hoe dan ook, als u zwaar werk doet, moet uw werkgever u na 30 jaar zware arbeid een aanbod doen voor minder belastend werk. Kan of doet de werkgever dit niet, dan moet hij financieel regelen dat u toch met pensioen kunt als u 65 jaar bent. De komende tien jaar moeten bedrijven een beleid gaan voeren dat moet leiden tot betere arbeidsomstandigheden en loopbaanmogelijkheden. Hierdoor moet het mogelijk worden om werknemers na 30 jaar zware arbeid lichter werk te kunnen bieden. Uit recent onderzoek van TNS Nipo blijkt overigens dat werkgevers op dit moment weinig mogelijkheden zien om hun werknemers na verloop van 30 jaar lichter werk te laten doen. De vraag is dan ook hoe werkgevers in de praktijk zullen omgaan met deze regels. Stel dat een medewerker na 25 jaar lang zwaar werk door faillissement van zijn werkgever werkloos wordt en gaat solliciteren bij andere bedrijven. De beoogde nieuwe werkgever weet dat hij zo’n werknemer na vijf jaar ander werk moet aanbieden, terwijl hij dat bij een jongere sollicitant voorlopig niet hoeft te doen. U mag raden wie er dan wordt gekozen voor de baan.
De derde uitzondering geldt bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Normaal gesproken zou u vanaf uw 65ste geen recht meer hebben op een werkeloosheidsuitkering of een WGA-uitkering als u vóór uw 65ste werkloos of arbeidsongeschikt bent geworden. Er komt een regeling, waardoor u in dat geval een uitkering krijgt die rond het AOW-niveau ligt. Voor de beoordeling van deze uitkering blijft het inkomen van de partner en het eigen vermogen buiten beschouwing.

Zie ook het kader ‘Wel of geen AOW met 65?’, onderaan dit artikel


Hoogte van de AOW
Het nadeel van de AOW-korting voor de lagere inkomens zal deels worden gecompenseerd door de invoering van een inkomensafhankelijke aanvullende heffingskorting. Concrete voorwaarden en cijfers hierover zijn nog niet bekend. Het is dus denkbaar dat de financiële gevolgen gedempt worden, maar vooralsnog blijft het afwachten hoe dit ‘onder de streep’ zal uitpakken.

Gevolgen voor het aanvullend pensioen
De doelstelling van het kabinet is dat het aanvullend pensioen wordt afgestemd op een AOW-leeftijd van 67 jaar. Het is dus de bedoeling dat u een aanvullend pensioen kunt gaan opbouwen tot 67 jaar dat gelijk is aan het pensioen dat u nu kunt opbouwen tot 65 jaar. De maximale pensioenopbouw per dienstjaar wordt daarom aangepast (dit gebeurt in 2020, het jaar waarin de AOW-leeftijd voor het eerst verhoogd gaat worden).

Voorbeeld
Stel, u heeft een pensioenregeling waarbij u nu 40 jaar lang 1,7% per jaar opbouwt tot uw 65ste. U bouwt dan in die periode (40 x 1,7 =) 68% op aan pensioen op basis van de pensioengrondslag van uw salaris (de pensioengrondslag is uw salaris verminderd met de zogenaamde ‘franchise’). Met de nieuwe maatregel heeft u twee jaar langer (dus 42 jaar) de tijd om deze 68% op te bouwen. Dit betekent dat het jaarlijkse opbouwpercentage wordt verlaagd tot (0,68 ÷ 42 =) 1,62%.

Tot 2020 kunt u gewoon gebruik (blijven) maken van uw huidige, hogere maximale opbouwpercentage. Het kabinet wil het extra geld dat door de maatregelen vrijkomt- onder andere gebruiken om de dekkingsgraden van de pensioenfondsen op te krikken en de indexering van pensioenrechten te herstellen. Ofwel, om met de woorden van de minister van Sociale Zaken, Jan-Hein Donner, te spreken: hier wordt een ‘robuust pensioenkader gerealiseerd’.
Hoe de gevolgen van de maatregelen voor het aanvullend pensioen in de praktijk uitpakken, maken we duidelijk aan de hand van het onderstaande voorbeeld:

Voorbeeld
Henk (40 jaar) is gehuwd en heeft nu 15 jaar pensioen opgebouwd. Henk gaat met pensioen als hij 65 jaar is, in 2035. Zijn jaarlijkse pensioenopbouw bedraagt 1,7%. Zijn salaris van € 45.000 geeft na aftrek van de franchise van € 15.000 een pensioengrondslag van € 30.000. Hij heeft 40 jaar lang pensioen opgebouwd als hij 65 wordt. Dit betekent dus dat Henk een maximale pensioenopbouw heeft van (40 x 1,7% =) 68% en dat hij vanaf zijn 65ste — op basis van de huidige regeling — (30.000 x 68% =) € 20.400 per jaar aan pensioen zal krijgen.

Henk is van nà 1960, dus hij zal volgens de nieuwe regeling tot zijn 67ste moeten doorwerken. Dat is dus twee jaar langer, ofwel 42 jaar. In 2020 heeft Henk 25 jaar lang pensioen opgebouwd tegen 1,7 procent per jaar. Dit is totaal 12.750 euro, gebaseerd op een pensioen met 65 jaar. Omdat zijn pensioen echter pas ingaat met 67 jaar, wordt dat deel van het pensioen actuarieel met circa 16 procent verhoogd. Vanaf 67 jaar ontvangt Henk dan 14.790 euro voor het tot 2020 opgebouwde pensioen.
Per 2020 wordt de maximale jaarlijkse pensioenopbouw verlaagd van 1,7 procent tot (68% ÷ 42 =) 1,62 procent. Als hij in 2037 met pensioen gaat (hij is dan 67), heeft hij het volgende pensioen opgebouwd:

tot 2020

14.790

van 2020 tot 2037 (17 x 1,62% x 30.000)

8.262

TOTAAL

23.052

Henk ontvangt dus toch een hoger pensioen bij 67 jaar dan hij op basis van zijn huidige regeling vanaf zijn 65ste zou krijgen (dat was namelijk 20.400 euro per jaar). Maar als Henk niet wil stoppen met werken op zijn 67ste en gewoon vanaf 65 jaar met pensioen wil gaan, dan ziet het plaatje er in eerste instantie als volgt uit:

tot 2020

14.790

van 2020 tot 2037 (15 x 1,62% x 30.000)

7.290

TOTAAL

22.080

Henk kan dus nog steeds met pensioen met zijn 65ste. Maar behalve dat hij twee jaar minder pensioen opbouwt, wordt het pensioen ook nog eens actuarieel herberekend. Hij krijgt met zijn 65ste geen 22.080, zoals je op grond van het staatje zou verwachten, maar door de actuariële herberekening (1 ÷ 1,16 =) 13,8 procent minder (86,2 procent van het oorspronkelijke bedrag). Kortom: twee jaar eerder stoppen met werken levert een pensioen op van nog maar (86,2% x 22.080 =) 19.033 euro. Ten opzichte van zijn huidige regeling van 20.400 euro per jaar betekent dit dus een daling van 1.367 euro bruto. Daarnaast mist Henk twee jaar lang zijn AOW, want die krijgt hij pas vanaf 67 jaar. Een lichtpuntje: Henk heeft nog 25 jaar de tijd om geld te reserveren om het lagere pensioeninkomen en de lagere AOW te compenseren. Zie ook de tip.

TIP: Wilt u per se stoppen met uw 65ste, dan kunt u tot nader order fiscaal gefacilieerd uw pensioen aanvullen, bijvoorbeeld door bij te sparen in uw pensioenregeling, met een (bancaire) lijfrente of binnen de levensloopregeling. Het is echter nog niet duidelijk of, wanneer en in hoeverre deze regelingen zullen worden aangepakt. U kunt natuurlijk ook zelf gaan sparen in box 3.


Doorwerken tot uw 67ste kan na de maatregelen dus toch leiden tot een hoger pensioen. Als u echter wilt stoppen met werken als u 65 bent, wordt het aanvullende pensioen lager dan volgens uw huidige pensioenregeling bij stoppen met 65 jaar. Daarnaast mist u twee jaar AOW, want die gaat pas in als u 67 jaar bent, tenzij u gebruik kunt maken van een van de uitzonderingssituaties.

CONCLUSIE

Bent u geboren na 1954? Dan krijgt u vrijwel zeker te maken met een verhoging van de AOW-leeftijd. Eventueel aanvullend pensioen wordt afgestemd op deze hogere pensioenleeftijd. Er zijn uitzonderingen waardoor u toch AOW en aanvullend pensioen kunt ontvangen als u 65 jaar bent. Het gevolg is dan wel een lagere AOW-uitkering voor de rest van uw leven. Valt u niet onder een van de uitzonderingssituaties en u wilt toch stoppen als u 65 jaar bent? Dan wordt uw aanvullende pensioen niet alleen lager, u mist bovendien één of twee jaar lang AOW.

[cursiefje]

S. Broekhuizen FFP is senior consultant bij Capital Consult & Coaching, onafhankelijk vermogensplanners te Amsterdam ZO (www.capitalconsult.nl)

 

WEL OF GEEN AOW MET 65?

Tabel voor AOW uitkering bij 65 jaar

65 jaar in

aantal jaren gewerkt

2020

15

2021

16

2022

17

2025

20

2030

25

2035

30

2040

35

2045

40

2047 of later

42

Het is — onder voorwaarden — mogelijk om straks AOW te ontvangen vanaf 65 jaar. De keerzijde is dat uw uitkering dan wordt gekort. Deze ‘korting’ is afhankelijk van leeftijd en inkomen en geldt voor het leven — het is maar dat u ’t weet. Het volgende schema laat zien hoe de korting wordt toegepast. We gaan uit van afgeronde AOW-bedragen.


AOW gehuwden (plm. € 8.900 per jaar)

 

2020-2025

na 2025

 

AOW 66 jaar > 65 jaar

AOW 67 jaar > 65 jaar

gezamenlijk inkomen (€)

korting

in euro's

korting

in euro's

tot 49.000

6,50%

579

12,50%

1.113

49.000 en hoger

8,00%

712

15,50%

1.380


AOW alleenstaanden (plm. € 13.000 per jaar)

 

2020-2025

na 2025

 

AOW 66 jaar > 65 jaar

AOW 67 jaar > 65 jaar

inkomen (€)

korting

in euro's

korting

in euro's

< 150% minimumloon (€ 25.175)

6,50%

845

12,50%

1.625

hogere inkomena

8,00%

1.040

15,50%

1.380

 

WIE BETAALT UW AOW?

In tegenstelling tot de pensioengelden, die voor uw eigen pensioen bestemd zijn, wordt de AOW in Nederland gefinancierd door middel van een zogenaamde omslagstelsel. U spaart dus niet voor uw eigen AOW, maar uw AOW-premie vloeit direct naar de mensen die nu AOW ontvangen. Tegen de tijd dat u met pensioen gaat, betalen de mensen die dan werken voor uw AOW.


AOW EN PARTNERTOESLAG

Het was al bekend dat mensen die op of na 1 januari 2015 65 zijn geworden, geen partnertoeslag meer ontvangen voor partners die zelf nog geen recht hebben op AOW. Als extra bezuiniging is besloten dat de partnertoeslag vanaf 2011 vervalt voor iedereen die 65 jaar wordt en een partner heeft die ten minste 10 jaar jonger is. Bent u bijvoorbeeld alleenstaand met een inkomen van € 30.000 en wordt u 65 jaar in 2026, dan bedraagt de korting € 15,5% op uw AOW. Uitgaande van een AOW van afgerond € 13.000 per jaar betekent dit dus een bruto korting per jaar van € 2.015



  Iedere maand fiscale tips? Neem nu een abonnement op het magazine FiscAlert!

 


Tot april nog fiscaal voordeel


Sparen voor later met banksparen.
Fiscaal voordeel over 2009?
Vraag snel uw offerte aan.

www.rabobank.nl/toekomst