FiscAlert
Login

FAQ
Doe de risicoprofieltest!

Indexbeleggen in de praktijktip een kennis over dit artikel print dit artikel

FiscAlert mei 2010 | jrg 16 nr 5 | p.26-27

sparen & beleggen

Indexbeleggen in de praktijk

Het beleggen in indices kan een goed alternatief zijn voor actief beleggen, door de transparantie, de liquiditeit, de spreiding en de lage kosten. Maar indexbeleggen is óók beleggen: u moet de basisprincipes ervan dus niet uit het oog verliezen.*

*voor achtergrondinformatie over indexbeleggen: lees het artikel ‘Alles over indexbeleggen’ (FiscAlert april 2007, nr 4, p.25-28)

Tekst: Herman Bouter

Bent u ook op zoek naar ‘het beste aandeel’? Niet doen. Analisten die met dartpijltjes hun aandelen selecteerden en gorilla’s die bananen met daarop de namen van beursgenoteerde bedrijven pakten, hebben dat bewezen. Wie willekeurig aandelen selecteert, wint het vaker van de analist die zorgvuldig door wikken en wegen zijn aandelen kiest dan andersom. Wist u trouwens dat 80 procent (!) van de beleggingsfondsen na kosten niet eens de index verslaat? Op de lange termijn zijn er maar enkele uitschieters. De moraal van het verhaal: het is heel moeilijk om de index op lange termijn te blijven verslaan, en het selecteren van het beste aandeel kunt u het beste doen met de blinddoek voor.
Die wetenschap heeft ertoe geleid dat professionele beleggers meer en meer gebruik zijn gaan maken van ‘indexbeleggen’. Waar bij het zogenaamde ‘actief beleggen’ de beleggingen op basis van verwachtingen en vooruitzichten van analisten worden aangepast, is dat bij indexbeleggen totaal niet interessant. Ze beleggen niet in zorgvuldig uitgekozen aandelen, maar in een index.
De meeste indices worden samengesteld op grond van de ‘marktkapitalisatie’ — de grootte van de onderneming gemeten naar de beurswaarde. Omdat de beurswaarde per onderneming fluctueert, wordt de opbouw van de indices periodiek — meestal éénmaal per jaar — bijgesteld. Wie belegt in indexfondsen, volgt die bijstelling automatisch. Indexbeleggen, kortom, is ‘passief beleggen’: je laat je meedrijven op de golven van de beurs.

Kosten
Het verschil tussen actief en passief beleggen zie je vooral terug in de kosten. Bij indexbeleggen zijn er geen dure beleggingsexperts nodig om de aandelen te selecteren en kan de aandelenportefeuille tegen veel lagere kosten worden samengesteld. Dat zie je als je de kosten van indexbeleggingen (of ‘trackers’) vergelijkt met die van actief beheerde beleggingsfondsen. De totale jaarlijkse kosten van trackers variëren van ongeveer 0,1 tot 0,75 procent van het belegde vermogen. Het onderlinge verschil in kosten wordt in belangrijke mate bepaald door de index waarin belegd wordt. Hoe exotischer of specifieker de index, hoe hoger de kosten. Daarnaast speelt het belegde vermogen in de tracker een rol: hoe groter het belegde vermogen, hoe lager de kosten.
Bij actief beheerde beleggingsfondsen bedragen de zichtbare kosten al snel 1,5 tot 2 procent van het belegde vermogen. Helaas is de TER (‘total expense ratio’) van veel beleggingsfondsen minder total dan je zou verwachten. Een deel gaat op aan transactiekosten en de ‘distributievergoeding’ (provisie) die de beleggingsfondsen aan de verkopers van deze fondsen bieden. Verder zijn de kosten van een aantal beleggingsfondsen de afgelopen tien jaar gestegen, omdat de managementfee in tien jaar tijd bijna verdrievoudigde.
Provisie voor derden als ze een fonds bij klanten aanbevelen kennen trackers niet of nauwelijks. Voor banken is het dus niet interessant dergelijke producten te adviseren als ze aan beleggingsfondsen kunnen verdienen. Dat is dan ook de reden waarom u trackers zelden aantreft in hun beleggingsvoorstellen. Ook de AFM verbaasde zich hierover en breekt momenteel een lans voor passieve beleggingen. Volgens haar zouden indextrackers de norm moeten zijn bij beleggen en beleggingsadvies. Daar is nog geen sprake van.

Zelf beleggen
Omdat veel banken geen trackers adviseren, bent u voor het beleggen in trackers vaak op uzelf aangewezen. Maar veel particuliere beleggers vinden het lastig zelf trackers uit te kiezen, zo blijkt in de praktijk. En bovenal, ze weten vaak niet waar ze moeten beginnen.

1. Verdeling over beleggingscategorieën
Beleggen met behulp van trackers is niet wezenlijk anders dan beleggen met een ‘gewone’ portefeuille. U moet als eerste stap bepalen wat het door u gewenste risico moet zijn, in relatie tot uw risicobereidheid, wensen en doelstellingen. Aan de hand daarvan bepaalt u de verdeling over de beleggingscategorieën (aandelen, obligaties, onroerend goed, liquiditeiten en eventueel nog een paar restcategorieën). Het is de verdeling die het risico — de op- en neerwaartse beweging — van uw beleggingen bepaalt, en is tevens voor 91 procent (!) verantwoordelijk voor het rendement. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe cruciaal deze keuze voor het uiteindelijke resultaat van uw beleggingen is. En dat resultaat moet er uiteindelijk toe leiden dat u eerder met pensioen kunt, uw hypotheek kunt aflossen of een ander financieel doel bereikt dat u voor ogen had.
Weet u het niet of heeft u geen helder beeld, begin dan vooral niet te ambitieus. Eerst een laag risico met een laag rendement, en dan na verloop van tijd wat meer risico toevoegen. Pas op voor het moment dat u door de winsten op korte termijn verblind wordt en hebzucht het wint van de angst (en het verstand). Dan wordt u mogelijk onvoorzichtig en neemt u wellicht meer risico dan goed voor u is.

2. Aandelen
Na de risicoanalyse volgt de verdeling binnen de diverse beleggingscategorieën. We beginnen met aandelen. De simpelste — en meest gespreide — manier om dat te doen is te beleggen in de MSCI World Index. Deze index wordt gebruikt als benchmark voor de meeste wereldwijde aandelenbeleggingsfondsen (maar de meeste fondsen weten ‘m niet te verslaan). Een veel gehoord bezwaar van beleggingsadviseurs is dat de MSCI World Index voor de helft uit aandelen bestaat die noteren in dollars, waardoor het rendement in grote mate kan worden beïnvloed. Dat is zonder meer waar. Maar gezien het feit dat een groot deel van de actief wereldwijd beleggende fondsen er niet in slaagt deze index te verslaan, is de koersontwikkeling van de dollar kennelijk niet bepalend. Wilt u het dollarrisico beperken, kies dan bijvoorbeeld voor 60 procent een Europese index, voor 40 procent een Noord-Amerikaanse index en voor 10 procent een Japanse index. Maar of het echt veel zoden aan de dijk zet, vraag ik me af.
U kunt de verdeling over regio’s verder verfijnen, of uitbreiden naar sectoren omdat u van bepaalde sectoren meer rendement verwacht. Het wordt dan complexer en het is nog maar de vraag of die fijnere verdeling iets aan het rendement toevoegt. Eigenlijk wordt u dan uw eigen fondsmanager en dan moet u zich de vraag stellen of u beter kunt beleggen dan professionele fondsmanagers. Bovendien gaat het grote voordeel van indextrackers verloren: een beter rendement dan de meeste actief beheerde fondsen tegen lagere kosten. Een voorbeeld uit de praktijk? De beleggingsfondsen van Blackrock. Hun managers beleggen uitsluitend in trackers van iShares, die daarvoor 1 procent per jaar voor beheer in rekening — bovenop de kosten van de trackers zelf. Daar gaat uw kostenvoordeel, terwijl het nog maar de vraag is of de fondsmanagers op de lange termijn beter presteren.
Een veelgehoord bezwaar tegen indexbeleggen is dat het niet spannend zou zijn. Als u daar ook zo over denkt, kies dan voor de zogenaamde ‘core satellite-strategie’ waardoor u passief en actief beleggen combineert. De basis van de beleggingen bestaat uit indextrackers met een brede spreiding, daarnaast belegt u in beleggingsfondsen die in het verleden bewezen hebben dat ze structureel de index kunnen verslaan. Die beleggingsfondsen kunnen wereldwijde beleggingsfondsen zijn, maar ook in een bepaalde specifieke regio, waarin de aandelen nog niet zo efficiënt zijn als in de ontwikkelde markten.

3. Obligaties
Het doel van obligaties in de portefeuille is het terugbrengen van het totale beleggingsrisico binnen de portefeuille. En dat kan met obligatietrackers. De kostenvoordelen ervan zijn misschien nog wel belangrijker dan van aandelentrackers, aangezien het rendement op obligaties in de regel laag is en de kosten relatief een grote hap uit het rendement nemen. Een voorbeeld: het rendement op een 10-jarige Nederlandse staatslening bedraagt op dit moment minder dan 3,5 procent per jaar. De kosten van gewone obligatiebeleggingsfondsen, hoewel lager dan die van aandelenfondsen, komen in de richting van 1 procent per jaar. De kosten van obligatietrackers bedragen circa 0,2 procent per jaar, wat een aanzienlijke kostenreductie is. U kunt de kosten natuurlijk verder terugbrengen door zelf in obligaties te beleggen, maar dan is de eeuwige vraag: in welke?
Dat is trouwens ook de vraag bij obligatietrackers, want ze zijn er in soorten en maten. Een nadeel van een obligatietracker ten opzichte van een rechtstreekse belegging is dat die niet zoals bij een gewone obligatie aan de het einde van de looptijd wordt afgelost. De looptijd van trackers is eeuwig: wanneer een obligatie niet meer aan de voorwaarden van de tracker voldoet, bijvoorbeeld omdat de resterende looptijd te kort is, wordt ze vervangen door een andere met een langere looptijd. De zekerheid dat een obligatie in principe altijd weer uitkomt op haar nominale waarde van 100 procent, ontbreekt.

4. Onroerend goed
Voor de beleggingscategorie ‘onroerend goed’ bent u uiteraard aangewezen op indexfondsen die in deze beleggingscategorie actief zijn. U kunt dan wereldwijd beleggen of kiezen uit verschillende regio’s, zoals de Verenigde Staten, Azië en Europa. U dient zich wel te realiseren dat dit soort trackers in indices belegt die worden samengesteld uit de koersen van beleggingsfondsen in onroerende goed. De koersen van deze beleggingsfondsen kunnen afwijken van de werkelijke waarde van hun portefeuilles als dit soort beleggingsfondsen zeer populair is en beleggers blijkbaar bereid zijn een hogere koers te betalen dan de werkelijke waarde.

5. Onderhoud
U bent er nog niet. Beleggingen zijn namelijk onderhevig aan waardestijgingen en -dalingen, waardoor de verdeling over de beleggingscategorieën — en daarmee het risico — na verloop van tijd kan gaan afwijken.

Voorbeeld
Stel, u heeft € 100.000 aan beleggingen, waarvan 30% in aandelen is belegd en 70% in obligaties. Stel dat de aandelen in één jaar met 50% stijgen terwijl op de obligaties geen rendement werd behaald. De waarde van de aandelen is dus gestegen met (50% x 30.000 =) € 15.000 naar (30.000 + 15.000 =) € 45.000, de waarde van de obligaties is gelijk gebleven (€ 70.000). Het aandelenbelang binnen de portefeuille is gestegen van 30% naar (45.000 ÷ 115.000 x 100% =) 39%, waarmee het obligatiebelang is gedaald naar (70.000 ÷ 115.000 x 100% =) 61%.

Kortom, zonder dat u er erg in heeft, belegt u 9 procent méér in aandelen dan de bedoeling was. U loopt automatisch meer risico. Om het risico terug te brengen verkoopt 9 procent van de aandelenbeleggingen waarvoor u obligaties terugkoopt. Zou u dat niet doen, dan loopt u meer risico dan u oorspronkelijk wilde en brengt u mogelijk uw financiële wensen en doelstellingen in gevaar.
Periodiek onderhoud van de beleggingen is van groot belang om eventuele ongelukken te vermijden. Neem daarom minimaal tweemaal per jaar uw beleggingen onder de loep en beoordeel of de verdeling over de verschillende beleggingscategorieën nog wel overeenkomt met uw oorspronkelijke uitgangspunt. Wanneer u deze stap gedisciplineerd volgt, is de kans op het behalen van uw financiële doelstellingen aanzienlijk groter. Zie ook het kader ‘Indexbeleggen, stap voor stap’.

mr H. Bouter is partner bij Capital Consult & Coaching, onafhankelijk vermogensplanners te Amsterdam ZO (www.capitalconsult.nl)

 

INDEXBELEGGEN, STAP VOOR STAP

1. bepaal uw risico
Of u nu in individuele aandelen, beleggingsfondsen of in indexfondsen belegt, van belang is dat u eerst bepaalt welk risico bij u past. Het risico wordt voor het overgrote deel bepaald door de verdeling over beleggingscategorieën (aandelen, obligaties, onroerend goed, overige). Neem hiervoor ruim de tijd, raadpleeg meerdere adviseurs: deze keuze bepaalt namelijk voor meer dan 90% het uiteindelijke resultaat

2. vul uw portefeuille in
Bepaal per beleggingscategorie hoe u deze wilt invullen. Bij aandelen is er de principiële keuze of u passief of actief wilt beleggen. Als u passief wilt beleggen — daar gaan we in verband met het onderwerp van dit artikel maar van uit — kunt u kiezen uit een wereldwijde index of een meer regionale verdeling over de markten. Eventueel kunt u uw indextrackers aanvullen met beleggingsfondsen die bewezen hebben dat zij de index ook langdurig kunnen verslaan (denk bijvoorbeeld aan BNP Paribas Obam, Skagen Global, Carmignac Investissement, ING Global Opportunities). Ook obligaties kunt u in de vorm van een tracker kopen, maar daar kleven ook enkele nadelen aan (zie het artikel).

3. werk uw portefeuille bij
Een portefeuille is als een tuin. Doe je er niets aan, dan overwoekert het op een gegeven moment. Met indexbeleggen wordt uw portefeuille wel onderhoudsarm, maar nog niet onderhoudsvrij. Voorkom dat uw portefeuille uit de pas gaat lopen met uw risico, waardoor uw wensen en doelstellingen mogelijk in gevaar komen.

 

WELKE MOET U HEBBEN?

‘Trackers’ zijn beleggingsfondsen die in tegenstelling tot de ‘gewone’ beleggingsfondsen als doel hebben de index zo goed mogelijk te volgen, niet deze te verslaan. Aangezien die ambitie voor het leeuwendeel van de traditionele beleggingsfondsen te hoog gegrepen is, wijst de praktijk uit dat trackers na kosten meestal een hoger rendement bieden. Veel Nederlandse professionele beleggers (her)ontdekten al eerder de voordelen van indexbeleggen, en inmiddels kunnen trackers rekenen op een steeds grotere belangstelling in de pers en van de particuliere belegger. In de Verenigde Staten wordt dit beleggingsproduct al veelvuldig in portefeuilles gebruikt. Het is dan ook op zijn zachtst gezegd verrassend dat deze beleggingsinstrumenten niet in elke particuliere beleggingsportefeuille zitten.

LET OP: De financiële industrie heeft ook in de gaten dat trackers populair zijn en lanceert steeds meer exotische indices en daarop beleggende trackers. Zo zijn er ‘leveraged trackers’ en trackers die op andere manieren worden opgetuigd om ze een hoger rendement dan de index te laten behalen. Echt zuiver is dat niet, want deze als tracker vermomde beleggingsfondsen zetten de particuliere belegger op het verkeerde been.

Trackers zijn beursgenoteerd. Op Euronext (www.euronext.nl) kunt u alle trackers vinden die in Amsterdam, Parijs en Brussel zijn genoteerd. De grootse aanbieder op de Amsterdamse beurs is iShares (www.ishares.nl), dat veel verschillende trackers aanbiedt maar ook algemene informatie over indexbeleggen. Kijk ook bij Lyxor (www.lyxoretf.com, onderdeel van Société Générale) en EasyETF (www.easyetf.com, een samenwerkingsverband van AXA en BNP Paribas). En natuurlijk Google, als u op zoek bent naar specifieke trackers. Als leidraad een niet-uitputtend overzicht van wat er zoal te koop is:

Aandelen

 

TER

valuta

iShares MSCI World

0,50%

USD

iShares MSCI World

0,50% (1)

USD

iShares DJ Eurostoxx 50

0,15% (2)

EUR

iShares DJ Eurostoxx 50

0,35% (1)

EUR

iShares MSCI Europe

0,35%

EUR

iShares MSCI Europe

0,35% (1)

EUR

iShares MSCI North America

0,40%

USD

iShares S&P 500

0,40%

USD

iShares S&P 500

0,40% (1)

USD

iShares MSCI Japan

0,59%

USD

Lyxor ETF Eurostoxx 50

0,25%

EUR

Lyxor ETF MSCI Europe

0,35%

EUR

Lyxor ETF MSCI USA

0,35%

EUR

Lyxor ETF Japan (TOPIX)

0,50%

EUR

ETF DJ Eurostoxx 50

0,16%

EUR

(1) herbelegt dividend
(2) tot nader order


Obligaties

 

TER

looptijd

iShares € Government Bond 1-3

0,20%

kort

iShares € Government Bond 3-5

0,20%

middellang

iShares € Government Bond 7-10

0,20%

middellang

iShares € Government Bond 15-30

0,20%

lang

iShares € Corporate Bond

0,20%

nvt

Lyxor ETF EuroMTS Global

0,17%

nvt

 



  Iedere maand fiscale tips? Neem nu een abonnement op het magazine FiscAlert!