Dure polissen: laten voortwoekeren of stoppen?
FiscAlert januari 2011 | jrg 17 nr 1 | p.20-24
verzekeren
Dure polissen: laten voortwoekeren of stoppen?
Bent u ‘bevoorrecht’ met het bezit van een woekerpolis? Dan moet u gaan nadenken over de te nemen stappen. De woekerpoliscompensatie is op z’n zachtst gezegd minimaal. Maar wat zijn de alternatieven?
Tekst: Kapé Breukelaar
Door de snelle stijging van de aandelenkoersen in de jaren ’90 werden ze zeer populair, ten koste van de klassieke kapitaalverzekering met gegarandeerd rendement: de beleggingsverzekeringen. Want wie wil er nou niet beleggen met een verwacht rendement van 10 procent of meer per jaar? Weg met al die stoffige spaarproducten met een rendement van nauwelijks de helft. Nederland viel massaal voor deze loterij zonder nieten. Meestal waren de polissen bestemd voor het aflossen van een hypotheek of het opbouwen van extra kapitaal voor de oude dag (de ‘lijfrentepolis’). Door de hoge voorgespiegelde rendementen dachten consumenten met een lagere inleg hetzelfde eindkapitaal te kunnen opbouwen.
En in theorie kon het best werken, want de gemiddelde rendementen op aandelen en zelfs obligaties zijn hoger dan de bankrentes. Maar in de praktijk bleek het verschil tussen het bruto rendement (vóór kosten) en netto rendement (nà kosten) vaak zo groot, dat het uiteindelijk opgebouwde kapitaal erg mager en in sommige gevallen zelfs minder dan de inleg is. Dat zoiets kon gebeuren, was door de verzekeraars nooit aan de grote klok gehangen.
Op 14 oktober 2005 werd Aegon gedagvaard door de stichting Koersplandewegkwijt. De stichting vertegenwoordigde een groep ontevreden klanten van Aegon-dochter Spaarbeleg en de dagvaarding zou het startsein worden van wat we nu kennen als ‘woekerpolisaffaire’. In 2006 werd geleidelijk duidelijk dat veel meer ‘nette’ verzekeraars de gewoonte hadden veel meer kosten in te houden dan van tevoren was aangegeven. Dat was dan ook de reden dat eind 2006 Koersplandewegkwijt en de in hun kielzog opgerichte stichtingen Verliespolis en Woekerpolisclaim tezamen om en nabij de 200.000 gedupeerden vertegenwoordigden.
Een en ander ging uiteraard niet onopgemerkt voorbij. De verontwaardigde geluiden klonken door in alle lagen van de samenleving en leidden tot een officieel onderzoek naar de kosten van beleggingsverzekeringen. Hoewel het onderzoek incompleet was en slechts terugging tot 1995, waren de uitkomsten schokkend genoeg: sommige producten bleken meer dan 4 procent aan kosten te rekenen. Niet over de inleg, maar jaarlijks over het in de polis opgebouwde kapitaal. Uiteindelijk kwam financieel ombudsman Jan Wolter Wabeke in maart 2008 met een aanbeveling, die door Delta Lloyd als eerste werd vertaald in een ‘woekerpolisakkoord’. Andere verzekeraars volgden schoorvoetend en spraken ook met hun klanten af dat ze zouden worden gecompenseerd.
Kosten
Omdat de verzekeraars de — ruime — ‘Wabeke-norm’ volgen, stellen de meeste akkoorden dat de kosten binnen de polis over de gehele looptijd niet méér mogen bedragen dan 2,45 procent per jaar van het binnen de polis opgebouwde kapitaal. Tenzij u jaarlijks minder dan 1.200 euro aan inleg betaalt, natuurlijk: dan stijgt de kostennorm tot 2,85 procent per jaar. En als u in het bezit bent van een product met een gegarandeerd rendement, mag de verzekeraar nog iets meer in rekening brengen: daarvoor geldt een kostenmaximum van 3,1 procent per jaar. Te rekenen over de opgebouwde waarde, uiteraard.
De percentages vallen nog mee, zou je kunnen denken. Maar dat is schone schijn. Als het bruto rendement — vóór kosten dus — 6 procent bedraagt, dan blijft daar na aftrek van kosten nog 3,55 procent van over, ofwel iets meer dan de helft. Is uw inleg lager dan 1.200 euro per jaar of is er sprake van een garantierendement van 3 procent of meer, dan moet er van die 6 procent bruto respectievelijk minimaal 3,15 en 2,9 procent overblijven. U ziet, er blijft bij de verzekeraars — ten opzichte van die 6 procent — behoorlijk wat aan de strijkstok hangen.
Ik zal u de precieze berekening besparen, maar een kosteninhouding van ‘slechts’ 2,45 procent over het opgebouwde kapitaal bij 6 procent rendement en een looptijd van 30 jaar, betekent dat er over de gehele inleg ruim 35 procent van het geld in de zak van de verzekeraar verdwijnt. En dat is nog steeds met inachtneming van de door de financiële ombudsman vastgelegde kostennorm. In het kader ‘De maximale kosten’ ziet u wat het scheelt, bij verschillende looptijden. Dan wordt ook duidelijk dat de afgesproken kostennorm met name nadelig is voor polissen met lange looptijden en een lage inleg. De kosten kunnen zelfs oplopen tot meer dan 50 procent van de gehele inleg!
Verwarring
Over wat precies tot de kosten wordt gerekend, bestaat de nodige verwarring. Heeft u een beleggingsverzekering, dan krijgt u jaarlijks een opgave van de ingelegde premie, de ingehouden kosten en het waardeverloop. Binnen de polis berekent de verzekeraar in de regel eerste kosten, doorlopende kosten, administratiekosten, aan- en verkoopkosten voor de beleggingen en beheerkosten voor de beleggingsfondsen (zie ook het kader ‘Dit betaalt u echt’). De inhouding van risicopremies voor een extra dekking bij overlijden of een premievrijstelling voor de polis bij arbeidsongeschiktheid telt in principe niet mee voor de kostenmaximering. Alleen als in de premies te hoge opslagen zijn gehanteerd, moet de verzekeraar die extra opslagen ook als kosten verwerken. De financiële ombudsman stelde in maart 2008 overigens al dat die oneigenlijke opslagen direct terugbetaald moesten worden en dus buiten de kostennorm vielen. Een punt dat trouwens in de woekerpolisakkoorden terzijde werd geschoven. Prettig voor verzekeraars maar niet voor consumenten.
Vooral die eerste kosten zijn dus de grote boosdoener. Sommige verzekeraars hielden de eerste acht jaar van de looptijd van de ingelegde premie zelfs méér dan 50 procent in aan eerste kosten. Dat geld werd gebruikt voor het betalen van de afsluitprovisie aan de tussenpersoon, de rest was winst voor de verzekeraar. Het was tevens de belangrijkste oorzaak van de tegenvallende rendementen: als je 100 aan premie betaalt terwijl maar 50 daadwerkelijk wordt ingelegd, dan duurt het vele jaren voordat de poliswaarde gelijk is aan de totale inleg. Verzekeraars hadden overigens de gewoonte klagende klanten op de mouw te spelden dat de tegenvallende waardeopbouw te wijten was aan slechte beurssentimenten. Inmiddels weten we beter.
Doorgaan of stoppen?
Velen zullen zich afvragen wat ze nu het beste kunnen doen: doorgaan met die woekerpolis en de compensatie incasseren? Of toch maar stoppen en op zoek gaan naar een alternatief. Helaas hangt het antwoord niet alleen af van de rendementen, want ook fiscale aspecten spelen bij die beslissing een rol.
Als uw polis minder dan tien jaar loopt, is het zoeken van een goedkoper alternatief meestal de beste optie. Doe in elk geval niets vóórdat u weet wat binnen uw polis precies aan kosten in rekening wordt gebracht. Meestal staan ze ergens in de polisvoorwaarden, al heeft u vaak wel een vergrootglas nodig omdat ze onder de kleine lettertjes vallen. Zo bestudeerde ik onlangs een polis die eind 2006 was gestart. Na lang zoeken bleek dat gedurende de eerste acht jaar door de verzekeraar bijna de helft aan ‘eerste kosten’ in rekening werd gebracht. Ook de andere kosten waren niet mals: het eigen beleggingsfonds rekende jaarlijks 1,2 procent aan kosten, plus 81 euro aan ‘administratiekosten’. Kassa voor de verzekeraar. De beslissing om direct te stoppen was snel gemaakt: zo kon in elk geval nog vier jaar aan ‘eerste kosten’ worden bespaard!
De lastigste kostenpost om te analyseren is de premie voor de dekking bij overlijden. Door de premie-oorlog die de afgelopen jaren in verzekeringenland woedde, zijn de kosten voor overlijdensrisicoverzekeringen fors gedaald. U zult zien dat de premie voor het verzekeren van het overlijdensrisico die u betaalt binnen uw woekerpolis, stukken hoger ligt dan de premie voor een ‘losse’ verzekering. Kijkt u maar eens op internet, waar u op diverse sites eenvoudig een prijsopgave kunt krijgen (bijvoorbeeld op www.independer.nl).
Door een alternatief te nemen met lagere kosten kunt u veel geld besparen en dus een hoger kapitaal opbouwen. Maar pas op: als uw gezondheidstoestand verslechterd is, zal het soms lastig zijn een gunstiger premie te krijgen.
Alternatieven
Sinds 2008 kennen we het zogenaamde ‘banksparen’. Het is een aantrekkelijk alternatief voor de kapitaalverzekering. U kunt er uw lijfrentekapitaal onderbrengen of het aflossingskapitaal voor uw hypotheek, waarbij u vrijwel dezelfde fiscale voordelen geniet als bij een verzekeringsproduct. Banksparen kent echte spaarvarianten en ook beleggingsvarianten. De kosten binnen de beleggingsvariant zijn vaak rond de 1 procent per jaar en dus aanmerkelijk lager dan de kosten die u binnen de woekerpolissen betaalt. Goedkope aanbieders zoals Brand New Day (de winnaar van de Gouden Deurmat 2010) berekenen maar 0,60 procent per jaar, all-in. Zelfs als uw woekerpolis de komende twintig jaar niet méér dan 1,5 procent per jaar aan totale kosten in rekening brengt, komt u bij de goedkoopste aanbieders al snel 15 procent hoger uit in uw eindkapitaal.
De tweede kostenbesparing moet u zoeken in de overlijdensrisicopremie. Zeker bij oudere polissen uit de jaren ’90 waren die premies relatief hoog. Bij banksparen is deze dekking nooit ingebouwd in het product. U zult dus een losse verzekering moeten sluiten, en dat biedt mogelijkheden om te gaan shoppen en zo kosten te besparen. Wat u aan premie bespaart, kunt u extra inleggen om zo meer beleggingskapitaal op te bouwen bij gelijkblijvende maandlasten.
Voor de aflossing van uw hypotheek kunt u ook een beleggingsrekening openen zonder de fiscale voordelen van het banksparen. Houd er dan wel rekening mee dat deze beleggingen moeten worden opgeteld bij uw box 3-vermogen. Ook hier kunt u uiteraard nog een losse overlijdensrisicoverzekering bij afsluiten.
Tot slot moet ook de hypotheekverstrekker willen meewerken aan de nieuwe opzet. Sommige verzekeraars bieden binnenshuis weinig alternatieven waardoor u mogelijk zelfs de hele hypotheek zou moeten oversluiten om tot een goede oplossing te komen. Ook daar zullen weer kosten aan verbonden zijn.
Vergelijking
Als u alles op een rij heeft, kunt u gaan vergelijken. Vraag uw verzekeraar of tussenpersoon om een prognose van het eindkapitaal van uw huidige beleggingsverzekering bij een vast rendement van bijvoorbeeld 6 procent per jaar. Dat eindkapitaal kunt u afzetten tegen het eindkapitaal dat u kunt bereiken op basis van het alternatief. De startwaarde van het alternatief is de afkoopwaarde die u in handen krijgt bij het stoppen van de beleggingsverzekering. Die afkoopwaarde moet u dus ook opvragen. Stel dat u nu maandelijks 200 euro betaalt voor uw beleggingsverzekering, dan haalt u daar eerst de premie van de nieuwe overlijdensrisicoverzekering af, bijvoorbeeld 40 euro per maand. Vervolgens vraagt u voor het nieuwe product een prognose op basis van dezelfde 6 procent (bruto) beleggingsrendement, uitgaande van de afkoopwaarde als startkapitaal en een inleg van 160 euro per maand. U zult zien dat in veel gevallen de eindwaarde aanzienlijk hoger wordt.
Heeft u uw buik vol van beleggen, dan kunt u ook kiezen voor een echte spaarvariant. Onlangs had ik nog een voorbeeld waarbij die spaarvariant bij 5 procent vaste en zekere rente hetzelfde eindkapitaal opleverde als de verzekeraar bij 7,84 procent onzeker beleggingsrendement. U zult begrijpen dat de keuze snel gemaakt was.
Belastingen
Bij aflossingspolissen voor hypotheken en lijfrenteverzekeringen gelden de nodige belastingregels. In sommige gevallen kan uw beleggingspolis voor de hypotheek met behoud van de fiscale regels omgezet worden in een bankspaarproduct. Dat geldt echter alleen als er sprake is van een ‘beleggingsrecht eigen woning’, de bankspaartegenhanger van de ‘kapitaalverzekering eigen woning’ of KEW. Bovendien gelden dan voor uw oude polis de nieuwste fiscale regels.
Is uw polis niet verbonden aan uw hypotheek maar wel vrijgesteld in box 3? Dan zal een nieuw product wel meetellen voor de belasting in box 3. Houd dus rekening met een jaarlijkse druk op het rendement van 1,2 procentpunt.
Zet u een oud-regime lijfrente om, dan worden de nieuwste lijfrenteregels van toepassing. Dit kan inhouden dat voor polissen van vóór 1992 het aantrekkelijke belastingregime verdwijnt en dat voor lijfrentes van vóór 2006 de mogelijkheid verloren gaat om er tenminste nog een overbruggingslijfrente mee aan te kopen. Win dus waar nodig deskundig advies in.
Premievrij maken
Het premievrij maken van de woekerpolis is een optie. U moet wel goed kijken naar de fiscale voorwaarden, en naar welke kosten doorlopen. Niet alleen kunnen ze aanzienlijk zijn, soms worden ook nog premies voor een overlijdensrisicodekking ingehouden op uw premievrije kapitaal. Hierdoor kan de in de polis opgebouwde waarde blijvend gaan dalen. Kijk dus goed wat u precies wilt met uw premievrije polis, pas de dekkingen waar nodig aan of ga alsnog op zoek naar een alternatief.
CONCLUSIE
De akkoorden bieden simpelweg te veel ruimte voor het in rekening brengen van exorbitante kosten. Daarom blijken de meeste gevallen van woekerpolissen die ik in mijn praktijk tegenkom, baat te hebben bij stoppen. Zeker als uw polis in de laatste tien jaar is gesloten, kan het de moeite lonen om eens goed om u heen te kijken. De sterk gedaalde premies voor overlijdensrisicoverzekeringen kunnen dan een extra duwtje in de rug geven. Ik denk dan ook dat veel gedupeerden uiteindelijk zullen vertrekken bij hun verzekeraar.
K.P. Breukelaar FFP is partner bij Capital Consult & Coaching, vermogensplanners te Amsterdam ZO (www.capitalconsult.nl). Hij is in deze hoedanigheid tevens als adviseur betrokken bij de Stichting Koersplandewegkwijt (www.koersplandewegkwijt.nl).
DIT BETAALT U ECHT
Kapitaalverzekeringen kennen diverse kosten. We beginnen met de eerste kosten: dit zijn hoge inhoudingen op de premies gedurende de eerste 5 tot 10 jaar looptijd van uw beleggingsverzekering, die kunnen oplopen van 30% tot wel 60% van de inleg in die jaren. Dan zijn er de doorlopende kosten: deze kosten hebben diverse verschijningsvormen, bijvoorbeeld een inhouding van 7% op iedere premie gedurende de gehele looptijd, administratiekosten van € 6 per maand, aankoopkosten van 1% voor het beleggingsfonds en beheerkosten voor het beleggingsfonds van 1% per jaar. En dan zijn er nog — u doet tenslotte zaken met een verzekeraar — de verzekeringspremies voor de ingebouwde overlijdensrisicoverzekering en eventueel voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. In principe zijn dit geen kosten, tenzij het de spuigaten uitloopt. In de akkoorden is afgesproken dat een bepaalde marge ten opzichte van de kostprijs gehanteerd mag worden die meestal rond de 20% ligt. Bij hogere opslagen wordt het meerdere wèl als kosten gezien.
DE MAXIMALE KOSTEN
Heeft u een woekerpolis, dan ontvangt u een opgave van uw verzekeraar van de compensatie op einddatum. Op basis van een prognoserendement (afhankelijk van de beleggingen, bij aandelen gesteld op 6% en bij obligaties op 4%) berekent de verzekeraar eerst welk eindkapitaal u normaal gesproken in handen krijgt met inachtneming van de standaardkosten. Vervolgens bekijkt de verzekeraar hoe hoog het eindkapitaal zou zijn als er de voor uw soort polis geldende Wabeke-norm op wordt losgelaten. U heeft alleen recht op compensatie als binnen uw polis de kostennorm wordt overschreden. De compensatie is dan gelijk aan het verschil.
|
soort polis en kosten per jaar: |
|||
|
≥ 1.200 / 2,45% |
< 1.200 / 2,85% |
garantie / 3,10% |
|
|
looptijd* | |||
40 jaar |
46,0% |
50,9% |
53,8% |
|
35jaar |
41,0% |
45,6% |
48,3% |
|
30 jaar |
35,7% |
40,0% |
42,5% |
|
25 jaar |
30,2% |
34,0% |
36,3% |
|
20 jaar |
24,5% |
27,8% |
29,8% |
|
15 jaar |
18,7% |
21,4% |
23,0% |
Zo leest u de tabel:
Stel, uw polis (€ 2.000 inleg per jaar, brutorendement 6% per jaar) heeft een looptijd van 30 jaar. Jaarlijks mogen de kosten over de totale inleg niet meer dan 2,45% bedragen, maar aan het einde van de looptijd mag maximaal 35,7% van uw inleg naar de verzekeraar zijn gegaan. Ligt dat percentage hoger, dan krijgt u aan het eind van de looptijd compensatie.
VAN WOEKERPOLIS NAAR BANKSPAARPRODUCT
A. U wilt uw woekerpolis overhevelen naar een bankspaarproduct? Ga eerst na of het zin heeft:
Lijfrentepolis: uw woekerpoliskapitaal kan fiscaal geruisloos overgezet worden naar banksparen. Houd wel rekening met verlies van aantrekkelijke oude fiscale voorwaarden als u overstapt naar een alternatief.
KEW: de belastingvrije ‘kapitaalverzekering eigen woning’ kan ook geruisloos worden omgezet in een bankspaarproduct. De verzekering bij overlijden kunt u los afsluiten. Kijk wel goed naar de producten die de geldverstrekker van uw hypotheek accepteert en eventueel afwijkende fiscale voorwaarden.
Losse beleggingsverzekering: heeft u een beleggingsverzekering die niet is gekoppeld aan uw hypotheek? Kijk dan of deze valt onder de belastingvrijstellingen voor oud-regimepolissen of van kapitaalverzekeringen van vóór 15 september 1999. Is dat het geval? Dan verliest u bij overzetten van het kapitaal naar een nieuw product de box 3-vrijstelling, hetgeen u 1,2% kan kosten zodra uw totale box 3-vermogen boven de algemene vrijstelling (ruim € 20.000) komt. Houd daar dus rekening mee.
B. U wilt nog steeds overstappen? Ga dan als volgt te werk:
1. Vraag aan uw verzekeraar
- de prognose van de eindwaarde van uw polis bij 6% bruto rendement
- de actuele afkoopwaarde van uw beleggingspolis
2. Zoek op internet (bijvoorbeeld www.independer.nl) naar een overlijdensrisicoverzekering met dezelfde dekking als uw beleggingsverzekering biedt, en met dezelfde einddatum.
3. Vraag offertes op van bankspaarproducten met daarin
- een eerste inleg gelijk aan de afkoopwaarde van uw beleggingspolis
- een maandelijkse inleg gelijk aan de huidige inleg minus de premie voor de overlijdensrisicoverzekering
- een prognose van het eindkapitaal op basis van 6% bruto rendement
C. Kijk of de afkoopwaarde werkelijk belast is
Sommige verzekeraars proberen klanten af te poeieren door te zeggen dat de afkoopwaarde van hun beleggingspolis belast is. Ze hebben gelijk, maar dat geldt alléén indien en voorzover de waarde hoger is dan wat in totaal is ingelegd. En net bij de woekerpolissen komt die situatie (helaas) maar zelden voor, zeker als u nog veel jaren voor de boeg heeft.
D. Pas op met lijfrentepolissen
Is sprake van een lijfrentepolis? Afkoop is dan erg onvoordelig, omdat u — naast inkomstenbelasting — vaak ook nog 20% boete moet betalen (de ‘revisierente’, geldt niet voor oud-regimepolissen). Omzetten naar een goedkopere (bancaire) lijfrente is dan de enige uitweg.
TIP: Is uw woekerpolis gekoppeld aan een hypotheek? Vraag dan aan de geldverstrekker — meestal een bank — of ze bankspaarproducten aanbieden (eventueel met de mogelijkheid om binnen het bankspaarproduct te beleggen). Ze zullen u graag van dienst zijn. Vergelijk wel met andere aanbieders.
WANNEER ZIET U IETS VAN UW GELD TERUG?
Heeft u een beleggingsverzekering? Dan is de kans groot dat u een zogenaamde ‘woekerpolis’ heeft. Deze term wordt gebruikt voor alle beleggingsverzekeringen met een exorbitant hoge kostenstructuur en heeft betrekking op de polissen die vanaf eind jaren ’80 op de markt zijn gebracht. Hoe groot de compensatie precies is, is nog niet bekend. Bent u in het bezit van een woekerpolis, dan ontvangt u in de loop van 2011 een brief waarin de verwachte compensatie op einddatum is vermeld. Ter indicatie: Delta Lloyd en Generali zijn momenteel hun klanten al aan het informeren, de compensatie varieert van niets tot enkele duizenden euro’s.
Met FiscAlert wordt u financieel wijzer. Neem nu een abonnement... en bepaal zelf wat u betaalt!
|




