8 april 2018

Benut u alle heffingskortingen?

FiscAlert april 2018 | jrg 24 nr 4 | p.12-14

fiscaal

Benut u alle heffingskortingen?

Te veel belasting betalen omdat u de heffingskortingen niet optimaal gebruikt? Dat is helemaal niet nodig: wij laten zien hoe u er het maximale uithaalt!

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die u moet betalen. Veel van die heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk. Sommige krijgt u automatisch, de rest zult u moeten optimaliseren met behulp van het aangifteprogramma en wat gepuzzel. Het is hoe dan ook de moeite waard om uw aangifte over 2017 er nog eens op na te lopen — óók als u ’m al heeft verstuurd. En als u niet van plan was om aangifte te doen: wellicht is het verstandig om dat toch te overwegen!

Heffingskortingen 2017

■ algemene heffingskorting (max. € 2.254)
Iedereen met voldoende inkomsten of vermogen heeft recht op de zogenaamde ‘algemene heffingskorting’. De korting bedraagt maximaal € 2.254 voor wie de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en maximaal € 1.151 voor AOW’ers. Het is onmogelijk om alle situaties door te rekenen, maar iemand die een baan, geen in box 3 belast vermogen en geen aftrekposten heeft en de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, benut deze heffingskorting volledig vanaf een jaarinkomen van € 6.481. Deze heffingskorting wordt inkomensafhankelijk afgebouwd. Wie méér inkomen in box 1 heeft dan € 19.982, krijgt minder dan het maximum: elke € 100 meer verlaagt de algemene heffingskorting met € 4,787 (€ 2,443 voor AOW’ers). Vanaf een box 1-inkomen van € 67.068 is de algemene heffingskorting € 0. Iedereen die in het 52%-tarief valt heeft daardoor geen algemene heffingskorting.


☞ Heeft u niet het hele jaar hetzelfde inkomen gehad, of had u het hele jaar een laag inkomen?
De algemene heffingskorting is door uw werkgever (of uitkeringsinstantie) mogelijk niet volledig verrekend met de loonheffing over uw loon. Doe aangifte om het restant uitbetaald te krijgen.

☞ Bent u geboren in of na 1963?
Wie geboren is vóór 1963 kan de algemene heffingskorting € 2.254 (€ 1.151 voor AOW’ers) uitbetaald krijgen van de Belastingdienst op basis van de belasting van de partner (zie ook het kader ‘Teruggaaf door fiscaal partnerschap’). Voor wie geboren is in of na 1963 kan dat echter slechts voor maximaal 40% van dat bedrag, ofwel € 902. Benut het verschil ad (2.254 – 902 =) € 1.352 door vermogen aan deze niet of weinig verdiende partner toe te delen!

☞ Heeft uw partner in 2017 de AOW-leeftijd bereikt, alléén een AOW-uitkering gehad èn een voorlopige teruggaaf voor de heffingskortingen van € 187 of € 188 per maand in de maanden vóór het bereiken van de AOW-leeftijd?
Is het antwoord drie keer ‘ja’, dan is de teruggaaf voor de heffingskortingen mogelijk te hoog geweest. In dit specifieke geval hoeft uw partner niets terug te betalen als u hem of haar in de aangifte geen andere inkomsten, aftrekposten of vermogen toedeelt. Check dus of toepassing van deze regel voor u en uw partner gunstiger uitpakt dan het wèl toedelen van vermogen (zie ook hierna onder ‘ouderenkorting’).

■ arbeidskorting (max. € 3.223)

Om het volledige artikel te kunnen lezen moet u ingelogd zijn.
Log hier in >>
Hoe kan ik het artikel lezen?