13 mei 2018

Box 3 onder de loep

FiscAlert mei 2018 | jrg 24 nr 5 | p.12-15

fiscaal

Box 3 onder de loep

In de zoektocht naar een methode van belastingheffen die beter moet aansluiten bij het werkelijke rendement, is in 2017 de belastingheffing in box 3 gewijzigd. Hoe staat het er nu mee?

Sinds 2001 betalen we in Nederland geen vermogensbelasting meer, maar kennen we de ‘vermogensrendementsheffing’ en moeten we over vermogen boven een bepaalde vrijstelling een fictief rendement aangeven. Dat fictieve rendement wordt vervolgens in box 3 — de ‘vermogensbox’ — belast met 30 procent. Dit fictieve aspect van de heffing levert problemen op, vooral voor spaarders.

Historie
Toen de heffing werd ingevoerd, sloot het fictief rendement — 4 procent — goed aan bij het rendement op spaargeld. Toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm gooide zelfs nog wat Nederlandse staatsobligaties in de aanbieding voor wie vreesde een dergelijk rendement niet te kunnen behalen. Naast de algemene vrijstelling bestond er een vrijstelling per minderjarig kind en een vrijstelling voor ouderen met een laag inkomen (de ‘ouderentoeslag’). Voor de waarde van het vermogen werd gekeken naar het gemiddelde van de waarde van het vermogen op 1 januari en 31 december.
Een decennium later kwamen de eerste aanpassingen. Zo geldt sinds 2011 nog maar één peildatum (1 januari) en is sinds 2012 de vrijstelling voor kinderen (die in 2011 nog 2.779 euro per minderjarig kind bedroeg) afgeschaft.
De onder invloed van de Europese Centrale Bank sterk gedaalde rentetarieven gaven individuele belastingplichtigen munitie om procedures te voeren tegen het onredelijk hoge fictieve rendement van 4 procent, soms met succes. In 2014 zag ook de Bond voor Belastingbetalers aanleiding om actie te ondernemen. Vanwege het grote aantal bezwaarschriften werd hun procedure in 2015 aangemerkt als ‘massaal bezwaar’; de uiteindelijke uitkomst geldt dan voor iedereen, niet alleen degenen die zich voor de massaal-bezwaarprocedure hadden aangemeld. De procedure loopt overigens nog steeds.
Per 2016 werd ook de ‘ouderentoeslag’ afgeschaft, waardoor ouderen de extra vrijstelling (maximaal 28.236 euro per persoon) kwijtraakten. Wel werd het per persoon vrijgestelde vermogen extra verhoogd — van 21.330 euro in 2015 naar 25.000 euro in 2017 — om de belastingdruk in box 3 te verlagen. In het najaar van 2016 verscheen een rapport met drie alternatieven voor box 3, waaronder een heffing over het werkelijke rendement. Tegelijkertijd werden, mede als gevolg van de maatschappelijk druk en de fiscale procedures, met ingang van 2017 de regels aangepast, als tussenstap naar een heffing over het werkelijke rendement. Nu wordt het fictief rendement jaarlijks vastgesteld en zijn drie schijven ingevoerd, waarmee het fictief rendement beter zou moeten aansluiten bij het werkelijke rendement op het vermogen.
Dat was althans de gedachte. Medio 2017 bleek heffing over het werkelijke rendement toch lastig uit te voeren. Sterker nog, uitvoering van de drie genoemde varianten bleek ‘structureel problematisch’. Dus werd een vierde variant gelanceerd: het huidige systeem houden, maar wel bijstellen.

Werkelijke rendementen

Om het volledige artikel te kunnen lezen moet u ingelogd zijn.
Log hier in >>
Hoe kan ik het artikel lezen?