13 november 2017

Wat betekent het regeerakkoord voor u?

FiscAlert november 2017 | jrg 23 nr 9 | p.12-14

fiscaal

Wat betekent het regeerakkoord voor u?

Het belastingstelsel gaat op de schop, er komt een sociale vlaktaks en consumptie wordt zwaarder belast. Maar eenvoudiger zal het de komende jaren waarschijnlijk nog niet worden.

‘Vertrouwen in de toekomst’ is de titel van het regeerakkoord tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Deze partijen hebben zich een aantal grote doelen gesteld, zo blijkt. Het belastingstelsel wordt binnenstebuiten gekeerd, de woningmarkt moet evenwichtiger worden en Rutte c.s. willen dat de regels voor de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel aansluiten bij de eisen van de tijd. Voorwaar een loffelijk streven. Maar hoe gaat dat in de praktijk? De veranderingen zullen, zo is al aangekondigd, geleidelijk worden ingevoerd, waardoor de kans groot is dat het de komende jaren alleen maar ingewikkelder wordt. Hoe dan ook, we hebben voor u de belangrijkste financiële en fiscale punten uit het regeerakkoord gevist.


TARIEVEN EN HEFFINGSKORTINGEN BOX 1

■ belastingtarief
Het nieuwe kabinet wil een ‘sociale vlaktaks’: in plaats van de huidige vier belastingschijven komen er twee. De eerste drie schijven worden vervangen door een tarief van 36,93% (tot een inkomen van ruim € 68.000). Wie méér verdient, betaalt over het meerdere 49,5%. AOW’ers betalen geen AOW-premie, waardoor zij drie schijven krijgen. Geplande invoering: 2019-2021. Zie ook de tabel ‘Tarieven sociale vlaktaks’.


Tarieven sociale vlaktaks

Bij gelijkblijvende AOW-premie zullen de
tarieven er als volgt uitzien:

inkomen (afgerond)

tarief tot AOW

tarief vanaf AOW

0-34.000 36,93% 19,03%
34.000-68.000 36,93% 36,93%
> 68.000 49,5% 49,50%


■ heffingskortingen
De maximale algemene heffingskorting en de maximale arbeidskorting gaan omhoog met respectievelijk € 350 en € 365. De ouderenkorting gaat omhoog met € 160, maar wordt inkomensafhankelijk afgebouwd. Deze maatregelen worden tussen 2019 en 2021 ingevoerd.
Het vaste bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting (voor werkende ouders met jonge kinderen) verdwijnt per 2019. In plaats daarvan wordt deze geheel inkomensafhankelijk en komt er een hoger opbouwpercentage. Het maximale bedrag blijft gelijk en wordt al bij een lager inkomen bereikt. Net als de algemene heffingskorting worden ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting vanaf 2019 steeds minder uitbetaald op basis van het inkomen van de partner. Wie zelf zijn heffingskortingen niet volledig kan benutten omdat het inkomen te laag is, krijgt daar dus last van.


EIGEN HUIS

Om het volledige artikel te kunnen lezen moet u ingelogd zijn.
Log hier in >>
Hoe kan ik het artikel lezen?