02 oktober 2019

De belastingplannen voor 2020

FiscAlert oktober 2019 | jrg 25 nr 8 | p.12-15

fiscaal

De belastingplannen voor 2020

Welke fiscale veranderingen zijn er op til? Waar moet u rekening mee gaan houden? We hebben ook dit jaar weer een handig overzicht gemaakt.


Sinds de derde dinsdag van 2019 zijn we weer een stapje dichterbij gekomen waar het gaat om de herziening van het belastingstelsel, de aanpassing van de regels voor zzp’ers en aanpassing van de regels voor opbouw van pensioen. Veel meer dan een stapje was het overigens niet. Maar wat gaat er al wel wijzigen in 2020?


VOOR IEDEREEN

Inkomstenbelasting

■ In plaats van per 2021, wordt het tweeschijvenstelsel voor de inkomstenbelasting al per 2020 ingevoerd, waardoor de belasting op inkomen per saldo versneld wordt verlaagd. Doel, volgens de regering, is om het minder belangrijk te maken of het inkomen in een huishouden door één of twee personen wordt verdiend er valt immers veel meer inkomen in de —  groter geworden — eerste schijf.

■ Tarieven box 1 2020: eerste schijf 37,35% (inkomen tot en met € 68.507), tweede schijf 49,5% (inkomen hoger dan € 68.507). Voor AOW’ers gelden lagere tarieven. Over de eerste € 68.507 betalen zij 19,45% (tot en met circa € 35.000) en 37,35% over de rest. Dat is een verlaging ten opzichte van 2019, met uitzondering van de belasting over de eerste € 20.384 inkomen.

■ Voor mensen met een inkomen tot € 68.507 gaat de algemene heffingskorting per 2020 en 2021 omhoog. Maximale algemene heffingskorting 2020: € 2.711 (2019: € 2.477). Voor AOW’ers bedraagt de algemene heffingskorting in 2020 maximaal € 1.413 (2019: € 1.268).

■ De arbeidskorting voor werkenden wordt in 2020, 2021 en 2022 extra verhoogd. Mensen met een inkomen tussen € 10.000 en € 98.000 profiteren daarvan. Met name voor inkomens tussen de € 20.000 en € 35.000 wordt meer werken aantrekkelijker. Maximale arbeidskorting 2020: € 3.819 (2019: € 3.399).

■ Het maximale belastingvoordeel van aftrekposten wordt vanaf 2020 versneld afgebouwd. Hierdoor komt het maximale belastingvoordeel in 2020 op 46% te liggen. Dit geldt niet alleen voor de hypotheekrenteaftrek, maar ook voor aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie), aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrek van scholingsuitgaven, giftenaftrek, ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.

■ De inkeerregeling is bedoeld om verzwegen inkomsten en vermogen alsnog vrijwillig aan te geven. Wie dat doet kan de boete beperken. De inkeerregeling blijft bestaan, maar wordt per 2020 wel verder beperkt. Als u verzwegen inkomen uit aandelen (box 2) of vermogen (box 3) alsnog opgeeft, krijgt u wel een boete. De huidige inkeerregeling maakt onderscheid tussen inkomen uit het buitenland en uit het binnenland. Dat onderscheid vervalt.

Zie ook het kader ‘Belastingtarieven box 1’ en het kader Heffingskortingen’.


Werk en inkomen

■ Ouders met een middeninkomen krijgen € 990 extra kindgebonden budget. Ook komen meer ouders in aanmerking voor deze bijdrage in de kosten van kinderen tot 18 jaar. Zij ontvangen straks gemiddeld € 610 per jaar.

■ Vanaf 1 juli 2020 kan de partner van een moeder 5 weken geboorteverlof opnemen. De partner krijgt tijdens dit verlof 70% van het loon doorbetaald.

■ Opbouw van pensioen wordt persoonlijker. Een wetsvoorstel ligt er echter nog niet.

■ De AOW-leeftijd is niet meer één-op-één gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijd stijgt daardoor minder snel en komt in 2024 uit op 67 jaar. In 2020 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden.

■ De WW-premie voor werkgevers gaat omlaag bij een vast contract. De premie voor werknemers in vaste dienst bedraagt naar verwachting 2,94% en voor flexwerkers is dat 7,94%.


Wonen

■ De inkomensgrenzen voor sociale-huurwoningen gaan veranderen. Voor meerpersoonshuishoudens gaat de grens omhoog van € 38.035 naar € 42.000. Voor éénpersoonhuishoudens gaat de grens omlaag naar € 35.000.

■ Woningcorporaties krijgen meer ruimte voor lokaal maatwerk. Daardoor kunnen ook lage middeninkomens in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar de corporaties kunnen ook huurders met een hoger inkomen extra huurverhoging geven.

■ Er wordt bekeken of de overdrachtsbelasting voor starters kan worden verlaagd.

■ Het eigenwoningforfait en het maximale tarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken gaan omlaag (zie het kader eigen woning).


Zorg

■ De zorgpremie stijgt per 2020 naar verwachting met € 3 per maand naar € 118,50 per maand.

■ Het eigen risico blijft € 385.

■ De zorgtoeslag gaat omhoog met € 67 voor alleenstaanden en € 95 voor meerpersoonshuishoudens.

■ De inkomensafhankelijke bijdrage ZVW (IAB ZVW) wordt 0,25% lager. De lage IAB ZVW (voor eigen rekening over onder andere winst, AOW, pensioen, lijfrente of uitkering uit arbeidsongeschiktheidsverzekering) gaat dus 5,45% bedragen en de hoge 6,7% (voor rekening van bijvoorbeeld de werkgever).

■ Ouderen en chronisch zieken betalen vanaf 2020 maximaal € 19 per maand eigen bijdrage voor een maaltijdservice, vervoerspas of boodschappendienst.


En verder…

■ De maximale belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers gaat meestijgen met de inflatie. Bedragen worden afgerond op € 100, dus voor 2020 leidt deze inflatiecorrectie nog niet tot aanpassing van het maximum. Die blijft nog een jaar € 1.700 of per maand 1/10 van dat bedrag (€ 170). Naar verwachting gaat de vrijwilligersvergoeding per 2021 naar € 1.800 (maximaal € 180 per maand), maar dat hangt af van de werkelijke inflatiecijfers.

■ De aanschaf van een zakelijke fiets om grotere afstanden te kunnen afleggen wordt eenvoudiger en betaalbaarder door een nieuwe leaseregeling.

■ De overdrachtsbelasting voor niet-woningen gaat per 2021 omhoog van 6% naar 7%. Het extra geld dat daardoor binnenkomt wordt gebruikt voor de dekking van de voorstellen uit het Klimaatakkoord.

■ De scholingsaftrek wordt afgeschaft per 2021 en vervangen door een subsidieregeling.

■ De energiebelasting op aardgas gaat omhoog en de energiebelasting op elektriciteit omlaag. Dit om de overstap van aardgas naar elektrische en meer duurzame warmteopties te stimuleren.

■ Bedrijven krijgen een hogere energierekening. Voor huishoudens gaat de energiebelasting juist omlaag. Dat scheelt in 2020 € 100 bij een gemiddeld verbruik van 1179 m3 gas en 2525 kWh elektriciteit. Dat betekent niet per se dat de energiekosten dalen. Die hangen ook af van de energieprijzen en verbruik.

■ De accijns op diesel gaat per 2021 en 2023 omhoog, beide keren met 1 cent.

■ Belastingvoordelen van elektrisch rijden blijven bestaan, maar de bijtelling voor elektrische auto’s van de zaak gaat vanaf 2020 wel omhoog. De lage bijtelling van 4% geldt nu nog tot een waarde van € 50.000. Daarboven heb je te maken met de reguliere bijtelling van 22%. In 2020 wordt de lage bijtelling 8% tot een waarde van € 45.000, en daarboven 22%. Na 2020 gaat het bijtellingspercentage verder omhoog.

■ Tot en met 2024 hoeft voor een elektrische auto geen BPM en MRB te worden betaald. Ook voor de ‘plug-in hybrids’ blijft in deze periode een korting van 50% op de MRB gelden. In 2025 geldt een overgangsregeling voor de MRB. Voor elektrische auto’s en plug-in hybrids geldt dan een korting van respectievelijk 75% en 25% op de MRB. Vanaf 2026 gelden de normale MRB-tarieven. Elektrische auto’s houden vanaf 2025 een korting van € 360 op de BPM.

■ De accijns op tabak gaat per 1 april 2020 omhoog. Een pakje van 20 sigaretten wordt € 1 duurder.

■ Voor e-books en digitale kranten en tijdschriften gaat het BTW-tarief van 21% naar 9%. Daarmee verdwijnt eindelijk het niet uit te leggen verschil in BTW-tarief tussen de papieren en elektronische versie.

■ Per 2020 wordt de wet aangepast zodat u straks zelf mag kiezen of u uw post van de Belastingdienst in de brievenbus of digitaal wilt ontvangen. De keuze kan altijd worden herzien en zo vaak u wilt.


Koopkracht

■ Gemiddeld gaan huishoudens er op basis van deze belastingplannen 2,1% in koopkracht op vooruit. De stijging van de koopkracht bedraagt gemiddeld voor werkenden 2,4%, voor zelfstandigen 2,0% en voor gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden 1,2%. Voor gepensioneerden is de koopkrachtontwikkeling onzeker in verband met mogelijke pensioenkortingen.

■ Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft de cijfers doorgerekend voor verschillende voorbeeldhuishoudens. De voorbeeldberekeningen van het Nibud zijn te vinden op www.nibud.nl

Hoe ziet uw koopkracht in 2020 eruit? Stel het vast met de koopkrachtberekenaar van het Nibud op www.nibud.nl/consumenten/koopkrachtberekenaar


VOOR ONDERNEMERS/ZZP’ers

■ Het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en ondernemers wordt kleiner gemaakt. De zelfstandigenaftrek wordt in verband daarmee vanaf 2020 jaarlijks lager, totdat deze in 2028 uitkomt op € 5.000 (bedrag in 2020: € 7.030).

■ De werkkostenregeling wordt verruimd. De maximale onbelaste vergoeding (vrije ruimte) gaat vanaf 2020 van 1,2% naar 1,7% van het loon van alle medewerkers samen. Werkgevers kunnen daardoor per werknemer tot € 2.000 meer aan onbelaste vergoedingen geven. De verruiming geldt voor de eerste € 400.000. Daarboven blijft het percentage van 1,2% gelden.

■ Werkgevers mogen werknemers 20% korting geven op producten uit het eigen bedrijf, met een maximum van € 500 per jaar per werknemer. Voor de waarde wordt voortaan gekeken naar de gebruikelijke verkoop- of winkelwaarde inclusief BTW.

■ Ondernemers die een bestelauto hebben die op benzine of diesel rijdt, gaan de komende jaren iets meer motorrijtuigenbelasting (MRB) betalen.

■ De fiscale regels voor individueel sparen voor pensioen wordt gelijk getrokken met pensioen sparen via de werkgever. Zo krijgen zelfstandigen meer mogelijkheden om pensioen op te bouwen.

■ Voor zzp’ers gaat volgens de Miljoenennota per 2021 een minimumtarief gelden van € 16.

■ Voor zzp’ers met een uurtarief boven de € 75 gaat men ervan uit dat ze zelf kunnen sparen voor werkloosheid en pensioen en dat ze zich kunnen verzekeren. Zij kunnen vanaf 2021 daarom kiezen voor een zelfstandigenverklaring waarmee ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken en gevrijwaard zijn van loonheffingen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen.

■ In 2020 komt er een webmodule voor zzp’ers om hen en hun opdrachtgevers meer duidelijkheid te geven over de aard van de arbeidsrelatie (loondienst/zelfstandige).

■ In de zomer van 2020 komt het kabinet met een voorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.


VOOR DGA’S

■ De voor 2020 geplande verlaging van de vennootschapsbelasting gaat niet door. Vanaf 2021 gaat het hoge tarief voor de vennootschapsbelasting wel omlaag, maar minder dan eerder aangekondigd. Tarief 2020: 16,5% voor winst tot en met € 200.000, daarboven 25%. Tarief 2021: 15% voor winst tot en met € 200.000, daarboven 21,7%.

■ Vanaf 2020 wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte vennootschapsbelasting wordt ingediend vóór de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (dit is meestal 1 juni) en de ingediende aangifte juist is.

■ De korting bij vervroegd ineens betalen van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting verdwijnt per 2021.


Meer informatie over Prinsjesdag 2019 op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag

 

BELASTINGTARIEVEN BOX 1

Voor mensen die vóór 1946 zijn geboren geldt een iets hogere grens tussen de tweede en derde schijf: hun tarief staat tussen haakjes en cursief vermeld.

 

 

belastbaar
inkomen
méér dan

maar niet
méér dan

tarief 2020 incl.
premies
volksverzekeringen

jonger dan
AOW-leeftijd

0

68.507

37,35%

68.507

n.v.t.

49,5%

AOW-leeftijd
en ouder en
geboren in
of na 1946
(vóór 1946)

0

34.712
(35.375)

19,45%

34.712
(35.375)

68.507

37,35%

68.507

n.v.t.

49,5%

 

In 2021 liggen de tarieven voor de eerste € 68.507 inkomen voor iedereen 0,25% lager dan in 2020.

 

 

HEFFINGSKORTINGEN

 

 

jonger dan
AOW-leeftijd

AOW’ers

algemene heffingskorting

max. 2.711

max. 1.413

arbeidskorting

max. 3.819

max. 1.989

inkomensafhankelijke combinatiekorting

max. 2.881

max. 1.477

jonggehandicaptenkorting

749

-

ouderenkorting

n.v.t.

max. 1.622

alleenstaande-ouderenkorting

n.v.t.

436

 

EIGEN WONING

Het eigenwoningforfait telt u op bij uw inkomen in box 1. De hoogte van het forfait is afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning.

 

als de
WOZ-waarde méér is dan

maar niet
méér dan

bedraagt het forfait

-

12.500

nihil

12.500

25.000

0,20% van de WOZ-waarde

25.000

50.000

0,35% van de WOZ-waarde

50.000

75.000

0,45% van de WOZ-waarde

75.000

1.080.000*

0,60% van de WOZ-waarde

1.080.000*

-

€ 6.480 vermeerderd met 2,35% van de WOZ-waarde voor zover deze uitgaat boven € 1.080.000

* dit bedrag wordt per 2020 nog geïndexeerd


Het maximale tarief waartegen mensen hun hypotheekrente kunnen aftrekken, wordt in stappen (versneld) teruggebracht naar circa 37%. Hierdoor komt het maximale tarief waartegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken in 2020 op 46,0% te liggen.