13 maart 2022

De spaartaksbom is gebarsten

FiscAlert maart 2022 | jrg 28 nr 3 | p.12-14


fiscaal

De spaartaksbom is gebarsten

De box 3-heffing op spaargeld is al jaren te hoog. En nu vindt de Hoge Raad dat ook, waardoor de hele manier waarop we vermogen belasten moet worden aangepast. Wat kunt u verwachten?

Als het u was ontgaan: sinds 2001 betalen we in Nederland geen vermogensbelasting meer, maar betalen we belasting over een forfaitair rendement op het vermogen boven een bepaalde vrijstelling: de ‘vermogensrendementsheffing’. Dat gebeurt in box 3, de ‘vermogensbox’.

Historie
Toen de heffing werd ingevoerd, sloot dat forfaitaire, fictieve rendement — 4 procent — goed aan bij het rendement op spaargeld. Maar door de kredietcrisis en de daarop volgende interventies van de Europese Centrale Bank daalden de rentetarieven sterk en langdurig. Dat gaf voldoende aanleiding om in 2014 procedures te gaan voeren tegen het onredelijk hoge forfaitaire rendement, onder de bezielende leiding van de Bond voor Belastingbetalers.
Het grote aantal bezwaarschriften van belastingbetalers zorgde ervoor dat deze actie werd aangemerkt als ‘massaal bezwaarprocedure’. Mede naar aanleiding hiervan werd besloten de belastingheffing in box 3 per 2017 aan te passen — als tussenstap naar een heffing over het werkelijke rendement. Sindsdien wordt het forfaitaire rendement jaarlijks vastgesteld op grond van de resultaten in eerdere jaren. Daarnaast werden er drie schijven ingevoerd. Hierdoor zou het forfaitaire rendement beter aansluiten bij het werkelijke rendement op het vermogen.
Maar hoe je het ook wendt of keert, het blijft een forfaitaire regeling. De daadwerkelijke samenstelling van het vermogen doet er nog steeds niet toe. Wat we ècht met sparen, beleggen of vastgoed (om maar eens wat te noemen) aan rendement behalen, heeft nauwelijks tot geen relatie tot de hoogte van de te betalen belasting. Het gevolg: de heffing voor mensen die alleen sparen is nog steeds te hoog is.

Hoge Raad