12 april 2016

De vermogenstoets onder de loep

FiscAlert april 2016 | jrg 22 nr 4 | p.26-28

fiscaal

De vermogenstoets onder de loep

Wie vermogen heeft, betaalt een — soms duizenden euro’s — hogere eigen bijdrage aan het CAK voor hulp of ondersteuning thuis of opname in een verpleeghuis. Daar valt vaak nog wat aan te doen.

Wie thuis of in een verpleeghuis zorg krijgt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz, de opvolger van de AWBZ), moet daarvoor aan het Centraal Administratiekantoor (CAK) een eigen bijdrage betalen. De Wlz kent een lage en een hoge eigen bijdrage. Meestal wordt gedurende de eerste zes maanden de lage eigen bijdrage betaald. Wie langer zorg nodig heeft, betaalt de hoge. Op deze hoofdregel gelden enkele uitzonderingen. Wie bijvoorbeeld nog een thuiswonende partner heeft, blijft de lage eigen bijdrage betalen.
Dat ‘lage’ is overigens betrekkelijk, want de bedragen kunnen aanzienlijk zijn. In 2016 is de lage bijdrage gemaximeerd op 838,60 euro per maand terwijl de hoge kan oplopen tot 2.301,40 euro per maand. Wie vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) hulp of ondersteuning thuis krijgt, moet daarvoor eveneens een eigen bijdrage betalen. De eigen bijdrage voor de WMO is sterk afhankelijk van de hoeveelheid hulp en de regels in uw gemeente.
De hoogte van de eigen bijdragen Wlz en WMO is afhankelijk van het inkomen en het vermogen. Het bijdrageplichtig inkomen wordt voor beide eigen bijdragen op dezelfde manier berekend. Het loont de moeite om na te gaan op basis waarvan die bijdrage precies berekend wordt en wat u vervolgens kunt doen om die bijdrage te beperken.

LET OP: Wordt uw partner opgenomen in een verpleeghuis? Kies dan niet te snel voor de ongehuwden-AOW. U moet dan na zes maanden namelijk de hoge eigen bijdrage betalen!


Bijdrageplichtig inkomen
Het verzamelinkomen — het inkomen in box 1, 2 en 3 samen — is de basis voor de bepaling van de hoogte van de eigen bijdrage. U kunt het bedrag vinden op de achterzijde van uw aanslag inkomstenbelasting. Dat inkomen wordt nog verhoogd met 8 procent van het in box 3 belaste vermogen (de ‘vermogensinkomensbijtelling’). In het verzamelinkomen is 4 procent van het niet-vrijgestelde box 3-vermogen opgenomen. Samen met de 8 procent vermogensinkomensbijtelling wordt in totaal dus 12 procent van het niet-vrijgestelde box 3-vermogen meegeteld voor de berekening van de eigen bijdrage. Vermogenden betalen daardoor soms veel meer eigen bijdrage dan wie geen vermogen heeft.

Peiljaar
De eigen bijdrage wordt vastgesteld op basis van het inkomensplaatje van twee jaar geleden. Het inkomen in 2016 en het vermogen op 1 januari 2016 zijn relevant voor de eigen bijdrage in 2018. Wie in 2016 al een eigen bijdrage betaalt, doet dat in principe op basis van de gegevens van 2014. Is uw inkomen (inclusief de bijtelling van 8 procent) in 2016 aanzienlijk lager dan in 2014, dan mogen de gegevens van 2016 worden gebruikt. Voor de lage eigen bijdrage Wlz en voor de eigen bijdrage WMO moet het inkomen daarvoor minstens 2.559 euro lager zijn dan in 2014. Dat is al het geval als op 1 januari 2016 uw belaste vermogen (2.559/12% =) 21.325 euro lager is.
Voor de hoge eigen bijdrage mag het peiljaar alleen worden aangepast als u na het betalen van de eigen bijdrage en de basispremie voor de zorgverzekering minder overhoudt dan de zak- en kleedgeldgrens (307,96 euro voor ongehuwden en 479,01 euro voor gehuwden).

Vermogen
Voor de hoogte van de eigen bijdrage is het belaste box 3-vermogen van belang. Houd daarom rekening met het volgende: