14 juni 2022

Update Spaartaksdossier

FiscAlert juni 2022 | jrg 28 nr 6 | p.12-15


fiscaal

Update Spaartaksdossier

Het systeem van belastingheffing in box 3 wordt anders, met terugwerkende kracht en mogelijk gegoten in de vorm van een ‘forfaitaire spaarvariant’. Een overzicht van wat dat voor u betekent.


Box 3, de plek waar sinds 2001 een groot deel van ons vermogen fictief wordt belast, ligt al een tijdje onder vuur. Gelukkig was daar eind 2021 het ‘kerstarrest’ van de Hoge Raad. Dat zei — in een piepkleine notendop — dat de manier waarop box 3-vermogen in Nederland sinds 2017 wordt belast niet door de beugel kan. En dus komt er nu ‘rechtsherstel’, in eerste instantie voor iedereen die tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen zijn aanslag(en). We laten u zien wat de stand van zaken is, en waar u de komende tijd op kunt rekenen.

De wettelijke regels
Van 2001 tot en met 2016 werd vermogen in box 3 belast door een fictief rendement van 4 procent te belasten tegen 30 procent. Omdat de klachten over de veel te hoge belastingheffing op spaargeld niet van gisteren zijn, wordt sinds 2017 een al even fictieve ‘vermogensmix’ belast (sinds 2021 tegen 31 procent). Box 3 bestaat nu dus uit drie schijven met voor elke schijf een ander forfaitair rendement dat jaarlijks wordt bijgesteld. In 2020 zag die mix er bijvoorbeeld zo uit:

vermogen (€)

fictief rendement

0 t/m 72.797

1,789%

72.798 t/m 1.005.572

4,185%

vanaf 1.005.573

5,28%

De percentages zijn afgeleid van de spaar- en beleggingsrendementen voor het jaar 2020, respectievelijk 0,07 procent en 5,28 procent. De eerste schijf gaat uit van 67 procent spaargeld en 33 procent beleggingen en de tweede schijf van 21 procent spaargeld en 79 procent beleggingen. Voor alles boven ruwweg een miljoen euro neemt men aan dat u die voor 100 procent belegt. Met andere woorden: het maakt niet uit hoe u uw vermogen daadwerkelijk heeft verdeeld. Al heeft u uw totale vermogen van twee miljoen euro op louter spaarrekeningen geparkeerd staan, u wordt in box 3 altijd aangeslagen alsof u èn spaart èn belegt. En dat is waar de bezwaarmakers zich tegen verzetten.

Forfaitaire spaarvariant
De uitvinding van de vermogensmix hielp de echte spaarders nauwelijks. Niet alleen zagen ze hun spaarvermogen nog steeds slinken als direct gevolg van de box 3-heffing, de rente op hun spaartegoed raakte 0 procent aan en werd in sommige gevallen zelfs negatief. Het is dus niet zo vreemd dat een groep van ongeveer 60.000 spaarders sinds 2017 bezwaar maakte tegen de in box 3 geheven belasting. Via de aanwijzing als ‘massaal-bezwaarprocedure’ leidde dat eind 2021 tot het kerstarrest.
Er is door Financiën gezocht naar manieren om het door de Hoge Raad gewenste rechtsherstel te laten plaatsvinden. Uiteindelijk is gekozen voor de ‘forfaitaire spaarvariant’, waarbij wordt gekeken naar de daadwerkelijke verdeling van het vermogen en het spaargeld wordt belast op basis van de actuele spaarrente. Zijn er schulden, dan wordt aangesloten bij de gemiddelde hypotheekrente.
Voor de categorie beleggingen wordt gekeken naar het meerjarige gemiddelde rendement. En daar rommelt het nog, want in box 3 zijn beleggingen feitelijk een restcategorie, de ‘overige bezittingen’. Wie een vordering heeft, bijvoorbeeld in verband met een familiebanklening, wordt dan aangeslagen voor het ‘meerjarige gemiddelde rendement op beleggingen’. Het zou in zulke gevallen logischer zijn om aan te sluiten bij het percentage dat voor de aftrek van box 3-schulden geldt.
Voor de jaren 2023 en 2024 is voorzien in tijdelijke wetgeving die aansluit bij de berekeningswijze van de forfaitaire spaarvariant. De wettelijke berekening wordt dan niet meer toegepast (in de periode daarvoor soms nog wel, zie onder ‘Compensatie’), waardoor de kans groot is dat beleggers vanaf 2023 zwaarder zullen worden belast in box 3. Vanaf 2025 komt nieuwe wetgeving en wordt in box 3 belasting geheven over het werkelijke rendement op uw vermogen: de inkomsten (rente, dividenden en huur minus kosten) en de waardemutaties (koerswinsten en -verliezen).

Compensatie