10 oktober 2018

De belastingplannen voor 2019

FiscAlert oktober 2018 | jrg 24 nr 8 | p.12-14

fiscaal

De belastingplannen voor 2019

Wat gaat er in 2019 en verder wijzigen op het gebied van de belastingen, de zorg, de toeslagen, enzovoorts■ We maakten voor u een handig overzicht.

De eerste Prinsjesdag na het regeerakkoord van vorig jaar oktober. Een klein deel van de plannen van het akkoord werd vorig jaar nog meegenomen, maar voor het grootste deel zitten ze verwerkt in de plannen die met deze Prinsjesdag gepresenteerd zijn. Sommige hete hangijzers blijven echter. Zo duurt de onduidelijkheid voor zzp’ers voort nu de vervanger van de wet DBA nog steeds op zich laat wachten. En ook zijn er nog geen concrete stappen als het gaat om nieuwe wetgeving voor hervorming van het pensioenstelsel. We zetten de belangrijkste maatregelen voor u op een rijtje.


VOOR IEDEREEN

Inkomstenbelastingtarieven

■ Er komt een ‘sociale vlaktaks’ in box 1. We gaan geleidelijk naar twee belastingschijven in de inkomstenbelasting in plaats van de huidige vier. Voor AOW’ers worden het er drie.

■ Ondanks de structurele problemen die box 3 oplevert, zeker voor spaarders, werden geen wijzigingen aangekondigd in de manier waarop de vermogensrendementsheffing wordt geheven. We krijgen dus alleen te maken met de jaarlijkse bijstelling van vrijstelling en fictieve rendementen.

Zie ook het kader ‘Belastingtarieven 2019 e.v.’


Heffingskortingen

■ De algemene heffingskorting wordt in 2019, 2020 en 2021 geleidelijk verhoogd met in totaal € 358.

■ De maximale arbeidskorting wordt verhoogd, de arbeidskorting gaat over een langer inkomenstraject oplopen en wordt steiler afgebouwd.

■ De inkomensafhankelijke combinatiekorting voor ouders met jonge kinderen wordt per 2019 helemaal inkomensafhankelijk. Er geldt dus geen vast minimaal bedrag meer.

■ De ouderenkorting gaat omhoog en wordt vanaf 2019 inkomensafhankelijk afgebouwd.

■ De ziektewetuitkering telt voor nieuwe uitkeringsgerechtigden vanaf 2020 niet meer mee voor de arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting. Er geldt een uitzondering voor werknemers en personen met een fictieve dienstbetrekking.

Zie ook het kader ‘Heffingskortingen’.


Eigen woning

■ Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd. De afbouw bedraagt vanaf 2020 3%-punt per jaar (2,95%-punt voor 2023). Per 2023 is het beoogde aftrektarief gelijk aan het basistarief van 37,05%.

■ De aftrek bij geen of geringe eigenwoningschuld zal vanaf 2019 geleidelijk in een periode van 30 jaar worden afgeschaft (Hillen-regeling).

■ Het eigenwoningforfait wordt telkens verlaagd met 0,05% in 2020, 2021 en 2023.


Aftrekposten

■ Ook voor veel aftrekposten wordt het belastingvoordeel vanaf 2020 afgebouwd. Dat gebeurt op dezelfde manier als voor de hypotheekrenteaftrek. Het gaat daarbij om de persoonsgebonden aftrekposten (zoals alimentatie, weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrekbare giften, uitgaven voor specifieke zorgkosten en restant persoonsgebonden aftrek voorgaande jaren) en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.

■ De aftrek voor scholingsuitgaven zal naar verwachting per 2020 worden afgeschaft en vervangen door een individuele ‘leerrekening’.

■ De aftrek voor monumentenpanden wordt per 2019 afgeschaft en vervangen door een subsidieregeling.


Zorg

■ Het eigen risico voor de zorgverzekering blijft tot en met 2021 staan op € 385, maar de zorgpremie gaat naar verwachting omhoog met € 124 naar circa € 1.432 op jaarbasis.

■ De eigen bijdrage voor de WMO-voorzieningen wordt gewijzigd in een abonnementstarief van maximaal € 19 per maand.

■ De vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdrage voor Wlz-zorg gaat van 8% naar 4%. De hoge eigen bijdrage bij opname gaat gelden na 4 maanden opname (nu is dat nog 6 maanden).


En verder…

Het lage BTW-tarief (nu 6%) gaat vanaf 2019 naar 9%. De dagelijkse boodschappen worden daardoor duurder, maar ook de kapper en de schoenmaker.

■ De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding gaat vanaf 2019 van € 1.500 naar € 1.700.

■ De Belastingdienst krijgt meer mogelijkheden om met camerabeelden van de politie de motorrijtuigenbelasting te controleren

■ De energiebelasting op elektriciteit gaat omlaag en op aardgas omhoog.

■ De fiets van de zaak wordt aantrekkelijker: vanaf 2020 wordt een vast percentage opgeteld bij het inkomen, te weten 7% van de waarde van de fiets (óók elektrisch).

■ De dividendbelasting wordt per 2020 afgeschaft. Voor particuliere beleggers is dit overigens geen voor- of nadeel: zij kregen deze belasting al terug via de jaarlijkse IB-aangifte.

■ Wettelijk wordt geregeld dat de Belastingdienst geen belastingrente in rekening brengt aan iedereen die vóór 1 mei (was 1 april) aangifte inkomstenbelasting doet. In de praktijk paste de Belastingdienst de afgelopen jaren dit uitgangspunt al toe.

■ Als tijdig om een voorlopige aanslag wordt gevraagd of tijdig aangifte erfbelasting wordt gedaan, zal de Belastingdienst geen belastingrente meer in rekening brengen mits de aanslag wordt vastgesteld conform het verzoek of de aangifte.

■ Het kindgebonden budget, de kinderopvangtoeslag en de kinderbijslag gaan omhoog.

■ Het ontslaan van werknemers wordt makkelijker. De regels voor de ‘transitievergoeding’ worden aangepast waardoor, onder andere, eerder recht ontstaat op een transitievergoeding (ook tijdens de proeftijd).

■ Het wordt mogelijk om langer te werken op basis van een tijdelijk contract: werkgevers hoeven pas na drie jaar in plaats van twee jaar een vast contract aan te bieden.

■ De lage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW gaat omhoog van 5,65% naar 5,7% en de hoge inkomensafhankelijke bijdrage ZVW gaat omhoog van 6,9% naar 6,95%.


Koopkracht

■ Volgens het kabinet gaat zo’n 96% van de huishoudens er in koopkracht op vooruit in 2019. Onderaan de streep hebben huishoudens gemiddeld € 500 meer te besteden. Gemiddeld stijgt de koopkracht 1,5%.

Werkenden profiteren het meest van de kabinetsmaatregelen. Ook vrijwel alle gepensioneerden zien een plus.

■ Veel ondernemers en zzp’ers die met hun inkomen in het hoogste tarief vallen zullen koopkracht verliezen.

■ Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft de cijfers doorgerekend voor verschillende voorbeeldhuishoudens. De voorbeeldberekeningen van het Nibud zijn te vinden op www.nibud.nl.

Hoe ziet uw koopkracht in 2019 eruit? Stel het vast met de koopkrachtberekenaar van het Nibud op www.nibud.nl/consumenten/koopkrachtberekenaar


VOOR ONDERNEMERS/ZZP’ers

■ Het belastingvoordeel van aftrekposten voor ondernemers (zelfstandigenaftrek, S&O-aftrek, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek en MKB-winstvrijstelling) wordt vanaf 2020 eveneens afgebouwd op dezelfde manier als voor de hypotheekrenteaftrek.

■ De energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil) voor ondernemers blijven ook in de jaren 2019 tot en met 2023. Het aftrekpercentage voor de EIA wordt verlaagd van 54,5% naar 45%.

■ De wet DBA wordt vervangen.

■ Er komt een compensatieregeling voor wie over 2014, 2015 of 2016 toeslag heeft moeten terugbetalen doordat de Bbz-lening (‘besluit bijstandsverlening zelfstandigen’) werd omgezet in een gift. Het recht op toeslag zal op verzoek opnieuw worden beoordeeld.

■ De kleineondernemersregeling in de omzetbelasting wordt per 2020 gemoderniseerd. Ondernemers die onder de omzetgrens van € 20.000 blijven, brengen geen BTW in rekening.


VOOR DGA’S

■ Het belastingtarief in box 2 gaat naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.

■ De verliesverrekening in box 2 wordt beperkt van negen tot zes jaar.

■ De vennootschapsbelastingtarieven worden stapsgewijs verlaagd.

 

2018

2019

2020

2021

de eerste 200.000

20%

19%

17,5%

16%

het meerdere

25%

24,3%

23,9%

22,25%

■ De voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting wordt verkort van negen naar zes jaar. Dit geldt voor verliezen uit 2019 en volgende jaren. Er komt een overgangsregeling die ervoor zorgt dat verlies uit 2019 eerder verrekend mag worden dan de verliezen uit 2017 en 2018.

■ De afschrijving op gebouwen wordt voor de vennootschapsbelasting beperkt. De waarde mag door de afschrijving niet lager worden dan 100% van de WOZ-waarde (nu is dat nog 50%).

■ Ook BV’s (en andere rechtspersonen) kunnen vanaf 2020 gebruik maken van de kleineondernemersregeling voor de omzetbelasting. U kunt zich vanaf 1 juni 2019 aanmelden voor deze vernieuwde regeling. De ingangsdatum is 1 januari 2020.

■ Het kabinet heeft aangekondigd de mogelijkheid om te lenen van de eigen BV te willen beperken. Als de totale som van schulden van een houder van een aanmerkelijk belang in de vennootschap aan zijn eigen vennootschap méér dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang beschouwd. Er komt een overgangsregeling voor eigenwoningschulden. De maatregel zou moeten ingaan per 2022, maar of dat ook gaat gebeuren is allerminst zeker gezien de commotie die dit plan in de ondernemerswereld heeft veroorzaakt. Wetgeving terzake moet overigens nog worden opgesteld.

Meer informatie over Prinsjesdag 2018 op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prinsjesdag

 

BELASTINGTARIEVEN 2019 e.v.

Box 1

Sinds een aantal jaren geldt voor mensen die vóór 1946 zijn geboren, een iets hogere grens tussen de tweede en derde schijf: hun tarief staat tussen haakjes en cursief vermeld.

 

belastbaar inkomen
méér dan

maar niet
méér dan

tarief 2019 incl. premies volksverzekeringen

 

0

20.384

36,65%

jonger dan

20.384

34.300

38,10%

AOW-leeftijd

34.300

68.507

38,10%

 

68.507

n.v.t.

51,75%

AOW-leeftijd

0

20.384

18,75%

en geboren in

20.384

34.300 (34.817)

20,20%

of na 1946

34.300 (34.817)

68.507

38,10%

(vóór 1946)

68.507

n.v.t.

51,75%

 

In 2020 bedraagt het tarief in de eerste, tweede, derde en vierde schijf respectievelijk 37,05%, 37,80%, 37,80% en 50,50%. Voor AOW'ers is dat respectievelijk 19,15%, 19,90%, 37,80% en 50,50%.

In 2021 bedraagt het tarief in de eerste, tweede, derde en vierde schijf respectievelijk 37,05%, 37,05%, 37,05% en 49,50% (feitelijk twee tarieven). Voor AOW'ers is dat respectievelijk 19,15%, 19,15%, 37,05% en 49,50% (feitelijk drie tarieven).


Box 2

De belasting op het ‘inkomen uit aanmerkelijke belang’(vooral dividenden en waardstijging bij bezit van 5% over meer van de aandelen in een BV of NV) bedraagt in

2019: 25%

2020: 26,25%

2021: 26,9%


Box 3

Vrijstelling 2019: € 30.360 (partners € 60.720)

 

vermogen boven de vrijstelling van

0 t/m 71.650

71.651 t/m 989.736

meer dan 989.736

weging rendementsklasse I
(spaarrendement 0,13%)
67% 21% 0%
weging rendementsklasse II
(beleggingsrendement 5,60%)
33% 79% 100%
forfaitair rendement 2019 1,935% 4,451% 5,600%
belasting (tarief 30%) als
percentage van het vermogen
0,58% 1,34% 1,68%

 

HEFFINGSKORTINGEN

  jonger dan AOW-leeftijd AOW’ers
algemene heffingskorting max. 2.477 max. 1.268
arbeidskorting max. 3.399 max. 1.745
inkomensafhankelijke combinatiekorting max. 2.835 -
jonggehandicaptenkorting 737 -
ouderenkorting n.v.t. max. 1.596
alleenstaande-ouderenkorting n.v.t. 429