01 december 2011

DOSSIER: Beleggingshypotheken

FiscAlert december 2011 | jrg 17 nr 10 | p.19-23

huis & hypotheek

DOSSIER: Beleggingshypotheken

Ooit was de beleggingshypotheek het ei van columbus: een relatief lage inleg en een ‘vrijwel gegarandeerd’ hoog eindkapitaal. Maar het ei vertoont barsten, want de rendementen vallen tegen, niet in de laatste plaats door het ongegeneerde graaien van aanbieders en tussenpersonen. Hoe nu verder?

Tekst: Kapé Breukelaar

De beleggingshypotheek was tot een jaar of vijf geleden een van de populairste hypotheekvormen. Dankzij de extreem goede beleggingsrendementen in de jaren ’90 werd achteloos met prognoses gewerkt van 9 procent rendement op jaarbasis, soms nog meer. Dat maakte de beleggingshypotheek een stuk goedkoper dan de traditionele spaarhypotheek: door de stevige rendementsprognose kon de maandelijkse inleg omlaag terwijl het eindkapitaal onveranderd bleef.
Maar wie had kunnen bevroeden dat de aanbieders van dit soort producten vrijwel zonder uitzondering een stevige graai in de pot zouden doen? Hoge provisies voor de tussenpersonen, hoge beheerkosten en idem overlijdens- en andere risicopremies voor de klant, in combinatie met de tegenvallende beurskoersen van de laatste jaren, maken dat de riante prognosekapitalen van destijds vrijwel zeker niet gehaald zullen worden. En omdat veel polissen juist aan het begin van de looptijd — dat waren niet zelden de vette jaren — veel hogere kosten kenden, is de waardeopbouw na tien jaar zelfs aanzienlijk lager dan wat er aan premies is ingelegd.

Steken
Helaas hebben de stichtingen die de belangen van gedupeerde woekerpolisbezitters hadden moeten behartigen, veel steken laten vallen. Het risico van een forse restschuld is dus onverminderd hoog. En dat levert op termijn potentieel een extra probleem op. Sinds de belastinghervorming van 2001 is de hypotheekrenteaftrek beperkt tot 30 jaar. Zodra de aftrekbaarheid van de eigenwoningrente stopt, wordt de bruto rentelast over de resthypotheek netto. Die extra last valt vaak samen met een aanzienlijk lager inkomen na de pensionering. Zonder tijdige maatregelen zal een deel van de huizenbezitters straks dus geconfronteerd worden met een karige oude dag.