01 september 2021

Nieuwe spelregels voor de familiebank

FiscAlert september 2021 | jrg 27 nr 7 | p.18-19


huis & hypotheek

Nieuwe spelregels voor de familiebank

Recente jurisprudentie en openbaar gemaakte beleidsregels van de Belastingdienst waren voor ons aanleiding om onze adviezen rondom de familiebank wat bij te schaven.


Vaste lezers kennen het verhaal achter de ‘familiebank’ inmiddels wel. Kinderen, neven, nichten of andere familieleden — maar ook vrienden of collega’s — kunt u helpen met de financiering, het onderhoud of de verbouwing van hun woning door voor bank te spelen. Voor u als geldschieter levert uw spaargeld door het oprichten van een familiebank flink meer op dan bij de bank. Het geld dat de bank normaal gesproken aan de geldlener verdient, verdwijnt nu in uw zak! En als de lening voldoet aan de fiscale voorwaarden (zie het kader ‘Fiscale aftrek’), betaalt de fiscus zelfs mee: de door u ontvangen rente is onbelast, terwijl de lener de rente kan aftrekken. Natuurlijk betaalt u over het uitgeleende bedrag wel vermogensrendementsheffing in box 3, maar die moest u toch al betalen over uw spaargeld.

Hoogte rente
Als de lening gebruikt wordt voor een eigen woning, geldt: hoe hoger de rente, hoe groter het fiscale voordeel. Bij 12 procent rente op een lening van 100.000 euro zou de lener — uitgaande van het box 1-tarief van 37,1 procent en 5,977 procent voordeel vanwege de heffingskortingen — aan rente netto een kleine 7.000 euro betalen, terwijl u als geldschieter 12.000 euro opstrijkt, waarna u beiden lachend de buit kunt verdelen. Maar zo werkt het dus niet. Fiscaal gezien moet u een zakelijke, marktconforme rente rekenen. Maar hoe hoog is die rente?

De rechter
Bij FiscAlert gaven we lange tijd aan dat maximaal 6 procent rente mogelijk was. Dit percentage wordt onder andere gehanteerd in de Successiewet. Maar omdat er altijd mensen zijn die de grenzen willen oprekken, hebben zich in de loop der jaren diverse rechters erover gebogen. Zo was er een belastingbetaler die meende dat een rente van 9 procent voor een lening van 15 jaar vast zonder hypothecaire zekerheid marktconform was. Het gerechtshof had de renteaftrek verlaagd naar 4,5 procent, zoals de belastinginspecteur had voorgesteld. En die had dat percentage weer gebaseerd op de gemiddelde hypotheekrente van dat moment bij een looptijd van 15 jaar, vermeerderd met een opslag van 1,5 procentpunt vanwege het ontbreken van een hypothecaire zekerheid. De Hoge Raad kon zich daarmee verenigen (ECLI:NL:HR:2020:1111, te vinden op www.rechtspraak.nl).

De fiscus
Maar hoe ziet de Belastingdienst het?