31 oktober 2018

Lagere rente familiebanklening?

Rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in een specifieke zaak die ging over de hoogte van de rente op een familiebanklening van vader aan zoon. In de betreffende situatie was een rente van 9% overeengekomen (rentevastperiode 15 jaar). De lening was aangegaan zonder recht van hypotheek voor vader. Er was overigens geen reden om te denken dat de zoon zijn verplichtingen niet zou nakomen, zo blijkt uit het arrest. De lening dateert uit 2015. Destijds bedroeg de hypotheekrente ongeveer 3% bij een rentevastperiode van 15 jaar. Volgens de rechtbank moet voor een redelijk rentepercentage bij deze hypotheekrente worden aangesloten. Omdat er geen sprake was van een hypotheek, is het standpunt van de Belastingdienst dat de rente 4,5% moet zijn redelijk, aldus de Rechtbank.

De uitspraak van Rechtbank Den Haag is te vinden op http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:10443. Dit arrest lijkt een typisch geval van ‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op de neus’. In deze zeer recente uitspraak zijn niet alle argumenten die pleiten voor een hogere rente dan 4,5% meegenomen en het is een uitspraak van een rechtbank. Graag wijzen wij ook op de eerdere uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland die een rente van 8% toestond (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2727). Er is op dit moment geen jurisprudentie van hof en Hoge Raad. Vooralsnog zien wij geen reden om ons standpunt (aansluiten bij de 6% rente die de Successiewet hanteert) te herzien en houden wij het in het midden.