17 augustus 2018

AOW-leeftijd blijft stijgen

In een brief aan de Tweede Kamer heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gereageerd op berichten dat de AOW-leeftijd vijf jaar later dan nu gepland kan stijgen naar 67 jaar. Deze berichten waren gebaseerd op een artikel in het FD. De huidige planning is dat de AOW-leeftijd in 2021 gestegen is naar 67 jaar. Omdat de levensverwachting van 65-jarigen minder snel toeneemt dan de stijging van de AOW-leeftijd, concluderen de actuarissen in het FD-artikel dat de AOW-leeftijd pas 5 jaar later dan nu is vastgelegd, hoeft te stijgen naar 67 jaar. Minister Koolmees is het niet eens met die analyse. De verhoging naar 67 is nodig om een inhaalslag te maken, aldus de minister. Pas daarna wordt de stijging van de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het aantal jaren dat mensen recht hebben op AOW voor iedereen rond de 18,5 jaar uitkomt, zo schrijft hij. Op dit moment is dat gemiddeld nog bijna 19 jaar.

Een minder snelle verhoging van de AOW-leeftijd zit er, als het aan de minister ligt dus voorlopig niet in. Daarbij plaatsen we wel als kanttekening dat hij in dezelfde brief zegt dat na 2021 de gemiddelde duur van de AOW 18 jaar (en 3 tot 6 maanden) is. Dus is er toch meer ruimte dan de minister wil geven?