07 september 2016

Waar gaat het heen met ons pensioen? (2)

FiscAlert september 2016 | jrg 22 nr 7 | p.20-23

pensioen

Waar gaat het heen met ons pensioen? - deel 2

Het tweede en laatste deel belicht de adviezen en verkenningen van de Sociaal Economische Raad over de toekomst van ons pensioenstelsel, plus het kabinetsstandpunt ter zake. En heeft een verrassende conclusie.

Tekst: Herman Bouter

Als gevolg van de kredietcrisis en de extreem lage rente is het niet langer meer vanzelfsprekend dat pensioenen worden geïndexeerd. Erger nog, pensioenen worden weer gekort. Dat heeft het vertrouwen in ons pensioenstelsel ernstige schade toegebracht. Naar aanleiding van vragen binnen het kabinet over de financiële en maatschappelijke houdbaarheid van de aanvullende pensioenen (de werknemers- en beroepspensioenen, ofwel de zogenaamde ‘tweede pijler’) zag in februari 2015 het SER-advies getiteld Toekomst pensioenstelsel het daglicht. Daarin constateert de Sociaal Economische Raad, die het advies in opdracht van het kabinet had geschreven, dat het huidige stelsel mede door de rentegevoeligheid kwetsbaar is, en dat dit de gevolgen van een crisis kan verergeren.
In het huidige stelsel zit bovendien een herverdeling van pensioenvermogen tussen groepen deelnemers (de ‘doorsneesystematiek’). Zo is bijvoorbeeld solidariteit ingebouwd tussen jongeren (tot 45 jaar) en ouderen (vanaf 45 jaar), waardoor jongeren te veel premie betalen en ouderen te weinig. Zo’n systeem werkt prima zolang de nieuwe generatie bereid is — en blijft — te veel premie te betalen voor de ouderen en zolang de verhouding tussen het aantal jongeren en ouderen in balans blijft. Maar nu de babyboomers met pensioen gaan en steeds langer blijven leven, trekt de verhouding scheef. Aangezien de dekkingsgraden van de pensioenfondsen door de financiële crisis — en niet te vergeten een voortdurend lage rentestand — dalen, wordt die verhouding alleen maar schever. En dat betekent dat er, zonder stelselherziening, op termijn te weinig geld is om alle deelnemers te geven waar ze recht op hebben. En niemand weet op welke manier dat tekort verdeeld wordt over generaties.
En dan is er nog de arbeidsmarkt die in rap tempo verandert. Vergeleken met vroeger stappen werknemers sneller en vaker over naar een nieuwe baan, krijgen ze eerder een flexibel arbeidscontract of worden ze zelfs zzp’er. En dus zijn er ook mensen die vinden dat het huidige pensioenstelsel te inflexibel is, die graag meer keuzevrijheid en maatwerk in de opbouwfase zouden willen zien (bijvoorbeeld als het gaat over de hoogte van de pensioenbijdrage of het te nemen risico over de pensioenbeleggingen). De centrale vraag is dus: hoe houden we het pensioen koopkrachtbestendig en zorgen we ervoor dat het al dan niet nieuwe stelsel beter aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen?

Varianten
De SER is gaan kijken hoe de sterke punten van het huidige stelsel behouden kunnen blijven en tegelijkertijd een oplossing kan worden gevonden voor de tekortkomingen ervan. Daartoe heeft de raad vier varianten belicht die op de middellange termijn een beter perspectief ten opzichte van het huidige stelsel bieden:


Om het hele artikel te kunnen lezen moet u inloggen.

Log hier in