28 november 2018

Onderzoek naar langzamere stijging AOW-leeftijd

Het kabinet moet van de Kamer onderzoeken of de AOW-leeftijd vanaf 2022 nog wel één-op-één gekoppeld moet worden aan de levensverwachting. Dat is de uitkomst van een kamerdebat over het mislukte pensioenoverleg. Tot en met 2021 stijgt de AOW-leeftijd naar 67. In de jaren daarna is de AOW-leeftijd één-op-één gekoppeld aan de levensverwachting. Als de levensverwachting met een jaar stijgt zal ook de AOW-leeftijd met een jaar stijgen. Op basis van de levensverwachting is de AOW-leeftijd in 2022, 2023 en 2024 inmiddels vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden. Het kabinet moet nu onderzoeken of de koppeling geheel of gedeeltelijk losgelaten kan worden en wat dat kost. Overigens had het kabinet tijdens het pensioenoverleg al aangegeven bereid te zijn om zo'n onderzoek te doen. Tijdens het pensioenoverleg wilden de bonden bijvoorbeeld dat bij een stijging van de levensverwachting met een jaar, de AOW-leeftijd slechts met een half jaar zou stijgen.

Vooral voor zware beroepen is het van belang dat hier duidelijkheid over komt.